BWBR0038668
Geldig vanaf 2020-06-26
Artikel 3.22a
Regeling natuurbescherming
1. Aan een ieder wordt vrijstelling verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a, van de wetvoor het opzettelijk vangen van een ziek of gewond dier, met uitzondering van de gewone zeehond of grijze zeehond, met het oog op het vervoeren van het dier met een dierenambulance.
2. Aan personen die in dienst zijn van, of als opdrachtnemer of als vrijwilliger actief zijn voor een van de organisaties, bedoeld in het vijfde lid, wordt vrijstelling verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a, van de wetvoor het opzettelijk vangen van een zieke of gewonde gewone zeehond of grijze zeehond, met het oog op het vervoeren van het dier, met een dierenambulance of anders dan met een dierenambulance.
3. De in het tweede lid bedoelde personen zijn werkzaam binnen het werkgebied van de in het vijfde lid bedoelde organisatie, weergegeven op de kaart in bijlage 5abij deze regeling, en beschikken aantoonbaar over:
a. kennis van: 1°. gewone en grijze zeehonden en hun leefomgeving;
2°. het beheer van de gewone en grijze zeehond;
3°. de belangrijkste wettelijke voorschriften op het terrein van de natuurbescherming en dierenwelzijn;
4°. het gedrag van gewone en grijze zeehonden bij ziekte of verwonding; en
1°. gewone en grijze zeehonden en hun leefomgeving;
2°. het beheer van de gewone en grijze zeehond;
3°. de belangrijkste wettelijke voorschriften op het terrein van de natuurbescherming en dierenwelzijn;
4°. het gedrag van gewone en grijze zeehonden bij ziekte of verwonding; en
b. bekwaamheid in de omgang met de gewone en grijze zeehond.
4. De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, geldt uitsluitend, indien:
a. het dier binnen twaalf uur wordt overgedragen aan personen of instanties die krachtens de wet en de Wet dieren gerechtigd zijn uit het wild afkomstige dieren onder zich te hebben en te verzorgen, en
b. indien het een zieke of gewonde ree, edelhert, damhert of wild zwijn betreft, vóór het vervoer melding is gemaakt bij de meldkamer van de politie van het aantal, de vindplaats en de soort zieke of gewonde dieren en het vervoer geschiedt door een door de politie aangewezen vervoerder.
5. De vrijstelling, bedoeld in het tweede lid, geldt uitsluitend, indien het dier binnen twaalf uur wordt overgedragen aan één van de volgende organisaties, indien zij bij de beslissing over het vangen, met het oog op het vervoeren van het dier, het Handelingskader zeehondenopvang, opgenomen in bijlage 5b, volgen, en indien zij krachtens de Wet dierengerechtigd zijn uit het wild afkomstige gewone zeehonden of grijze zeehonden onder zich te hebben en te verzorgen:
a. Stichting A Seal Centrum voor Zeezoogdierenzorg te Stellendam;
b. Stichting Texels Museum (Ecomare) op Texel;
c. Stichting Zeehondencentrum Pieterburen te Pieterburen;
d. Stichting Zeehondenopvang Eemsdelta te Uithuizen;
e. Stichting Zeehondenopvang Terschelling op West-Terschelling.
2. Aan personen die in dienst zijn van, of als opdrachtnemer of als vrijwilliger actief zijn voor een van de organisaties, bedoeld in het vijfde lid, wordt vrijstelling verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a, van de wetvoor het opzettelijk vangen van een zieke of gewonde gewone zeehond of grijze zeehond, met het oog op het vervoeren van het dier, met een dierenambulance of anders dan met een dierenambulance.
3. De in het tweede lid bedoelde personen zijn werkzaam binnen het werkgebied van de in het vijfde lid bedoelde organisatie, weergegeven op de kaart in bijlage 5abij deze regeling, en beschikken aantoonbaar over:
a. kennis van: 1°. gewone en grijze zeehonden en hun leefomgeving;
2°. het beheer van de gewone en grijze zeehond;
3°. de belangrijkste wettelijke voorschriften op het terrein van de natuurbescherming en dierenwelzijn;
4°. het gedrag van gewone en grijze zeehonden bij ziekte of verwonding; en
1°. gewone en grijze zeehonden en hun leefomgeving;
2°. het beheer van de gewone en grijze zeehond;
3°. de belangrijkste wettelijke voorschriften op het terrein van de natuurbescherming en dierenwelzijn;
4°. het gedrag van gewone en grijze zeehonden bij ziekte of verwonding; en
b. bekwaamheid in de omgang met de gewone en grijze zeehond.
4. De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, geldt uitsluitend, indien:
a. het dier binnen twaalf uur wordt overgedragen aan personen of instanties die krachtens de wet en de Wet dieren gerechtigd zijn uit het wild afkomstige dieren onder zich te hebben en te verzorgen, en
b. indien het een zieke of gewonde ree, edelhert, damhert of wild zwijn betreft, vóór het vervoer melding is gemaakt bij de meldkamer van de politie van het aantal, de vindplaats en de soort zieke of gewonde dieren en het vervoer geschiedt door een door de politie aangewezen vervoerder.
5. De vrijstelling, bedoeld in het tweede lid, geldt uitsluitend, indien het dier binnen twaalf uur wordt overgedragen aan één van de volgende organisaties, indien zij bij de beslissing over het vangen, met het oog op het vervoeren van het dier, het Handelingskader zeehondenopvang, opgenomen in bijlage 5b, volgen, en indien zij krachtens de Wet dierengerechtigd zijn uit het wild afkomstige gewone zeehonden of grijze zeehonden onder zich te hebben en te verzorgen:
a. Stichting A Seal Centrum voor Zeezoogdierenzorg te Stellendam;
b. Stichting Texels Museum (Ecomare) op Texel;
c. Stichting Zeehondencentrum Pieterburen te Pieterburen;
d. Stichting Zeehondenopvang Eemsdelta te Uithuizen;
e. Stichting Zeehondenopvang Terschelling op West-Terschelling.