BWBR0038668
Geldig vanaf 2020-06-26
Artikel 3.3
Regeling natuurbescherming
1. Als middelen als bedoeld in de artikelen 3.3, vijfde lid, onderdeel a, en 3.25, tweede lid, van de wet, die mogen worden gebruikt ter uitvoering van de vrijstelling, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, worden aangewezen:
a. geweren;
b. honden, niet zijnde lange honden, en
c. haviken, slechtvalken en woestijnbuizerds.
2. Als methoden als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, onderdeel a, van de wet, die mogen worden gebruikt ter uitvoering van de vrijstelling, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, worden aangewezen:
a. het vangen of doden met gebruikmaking van niet-levende lokvogels;
b. het vangen of doden met gebruikmaking van een akoestisch middel waarmee lokgeluiden kunnen worden gemaakt, en
c. het vangen of doden met gebruikmaking van lokvoer, dat niet vergiftigd of verdovend is.
3. Als middelen als bedoeld in artikel 3.25, tweede lid, van de wet, die mogen worden gebruikt ter uitvoering van de vrijstelling, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, worden aangewezen:
a. geweren;
b. honden, niet zijnde lange honden;
c. haviken, slechtvalken en woestijnbuizerds;
d. fretten;
e. kastvallen;
f. vangkooien, en
g. buidels.
a. geweren;
b. honden, niet zijnde lange honden, en
c. haviken, slechtvalken en woestijnbuizerds.
2. Als methoden als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, onderdeel a, van de wet, die mogen worden gebruikt ter uitvoering van de vrijstelling, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, worden aangewezen:
a. het vangen of doden met gebruikmaking van niet-levende lokvogels;
b. het vangen of doden met gebruikmaking van een akoestisch middel waarmee lokgeluiden kunnen worden gemaakt, en
c. het vangen of doden met gebruikmaking van lokvoer, dat niet vergiftigd of verdovend is.
3. Als middelen als bedoeld in artikel 3.25, tweede lid, van de wet, die mogen worden gebruikt ter uitvoering van de vrijstelling, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, worden aangewezen:
a. geweren;
b. honden, niet zijnde lange honden;
c. haviken, slechtvalken en woestijnbuizerds;
d. fretten;
e. kastvallen;
f. vangkooien, en
g. buidels.