BWBR0038668
Geldig vanaf 2020-06-26
Artikel 3.18a
Regeling natuurbescherming
1. Aan een ieder wordt vrijstelling verleend van de verboden, bedoeld in artikel 3.2, eerste en zesde lid, van de wet, voor het verkopen, vervoeren, onder zich hebben of ten verkoop aanbieden van een dode vogel die vanuit een ander land Nederland is binnen gebracht.
2. Aan een ieder wordt vrijstelling verleend van de verboden, bedoeld in artikel 3.6, eerste en tweede lid, van de wet, voor het onder zich hebben, vervoeren, verhandelen, ruilen of te koop of te ruil aanbieden van een dood dier of een dode plant die vanuit een ander land Nederland is binnen gebracht.
3. De vrijstellingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, gelden uitsluitend, indien:
a. de vogel, het dier of de plant aantoonbaar is verkregen buiten Nederland overeenkomstig de aldaar geldende regelgeving, en
b. ingeval de vogel, het dier of de plant behoort tot een soort, genoemd in bijlage A, B, C of D van de CITES-basisverordening, de vogel, het dier of de plant aantoonbaar met inachtneming van de CITES-basisverordening en CITES-uitvoeringsverordening in Nederland is gebracht of verkregen.
4. De vrijstelling, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing ten aanzien van botten en daarvan of daarmee vervaardigde producten van de tijger (Panthera tigris).
2. Aan een ieder wordt vrijstelling verleend van de verboden, bedoeld in artikel 3.6, eerste en tweede lid, van de wet, voor het onder zich hebben, vervoeren, verhandelen, ruilen of te koop of te ruil aanbieden van een dood dier of een dode plant die vanuit een ander land Nederland is binnen gebracht.
3. De vrijstellingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, gelden uitsluitend, indien:
a. de vogel, het dier of de plant aantoonbaar is verkregen buiten Nederland overeenkomstig de aldaar geldende regelgeving, en
b. ingeval de vogel, het dier of de plant behoort tot een soort, genoemd in bijlage A, B, C of D van de CITES-basisverordening, de vogel, het dier of de plant aantoonbaar met inachtneming van de CITES-basisverordening en CITES-uitvoeringsverordening in Nederland is gebracht of verkregen.
4. De vrijstelling, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing ten aanzien van botten en daarvan of daarmee vervaardigde producten van de tijger (Panthera tigris).