BWBR0005290
Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel 648
Burgerlijk Wetboek Boek 7
1. De werkgever mag geen onderscheid maken tussen werknemers op grond van een verschil in arbeidsduur in de voorwaarden waaronder een arbeidsovereenkomst wordt aangegaan, voortgezet dan wel opgezegd, tenzij een dergelijk onderscheid objectief gerechtvaardigd is.
2. Een beding in strijd met lid 1 is nietig.
3. Het College, genoemd in <a href="/wet/BWBR0030733/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1 van de Wet College voor de rechten van de mens</a>, kan onderzoeken of een onderscheid is of wordt gemaakt als bedoeld in lid 1. De <a href="/wet/BWBR0030733/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 10</a>, <a href="/wet/BWBR0030733/artikel/11" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">11</a>, <a href="/wet/BWBR0030733/artikel/12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">12</a>, <a href="/wet/BWBR0030733/artikel/13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">13</a>, <a href="/wet/BWBR0030733/artikel/22" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">22</a>en <a href="/wet/BWBR0030733/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">23 van de Wet College voor de rechten van de mens</a>zijn van overeenkomstige toepassing.
4. De werkgever mag de werknemer niet benadelen wegens de omstandigheid dat de werknemer in of buiten rechte een beroep heeft gedaan op het bepaalde in lid 1 of terzake bijstand heeft verleend.
2. Een beding in strijd met lid 1 is nietig.
3. Het College, genoemd in <a href="/wet/BWBR0030733/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1 van de Wet College voor de rechten van de mens</a>, kan onderzoeken of een onderscheid is of wordt gemaakt als bedoeld in lid 1. De <a href="/wet/BWBR0030733/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 10</a>, <a href="/wet/BWBR0030733/artikel/11" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">11</a>, <a href="/wet/BWBR0030733/artikel/12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">12</a>, <a href="/wet/BWBR0030733/artikel/13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">13</a>, <a href="/wet/BWBR0030733/artikel/22" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">22</a>en <a href="/wet/BWBR0030733/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">23 van de Wet College voor de rechten van de mens</a>zijn van overeenkomstige toepassing.
4. De werkgever mag de werknemer niet benadelen wegens de omstandigheid dat de werknemer in of buiten rechte een beroep heeft gedaan op het bepaalde in lid 1 of terzake bijstand heeft verleend.