BWBR0030733
Geldig vanaf 2011-12-17
Artikel 13
Wet College voor de rechten van de mens
1. Het College kan in rechte vorderen dat een gedraging die in strijd is met de <a href="/wet/BWBR0006502" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Algemene wet gelijke behandeling</a>, de <a href="/wet/BWBR0003299" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen</a>of <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/646" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>onrechtmatig wordt verklaard, dat deze wordt verboden of dat een bevel wordt gegeven om de gevolgen van die gedraging ongedaan te maken.
2. Een gedraging kan niet ten grondslag worden gelegd aan een vordering als bedoeld in het eerste lid, voor zover degene die door deze gedraging wordt getroffen, daartegen bedenkingen heeft.
2. Een gedraging kan niet ten grondslag worden gelegd aan een vordering als bedoeld in het eerste lid, voor zover degene die door deze gedraging wordt getroffen, daartegen bedenkingen heeft.