BWBR0005290
Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel 301
Burgerlijk Wetboek Boek 7
1. De artikelen 291 tot en met 300zijn niet van toepassing op een overeenkomst van twee jaar of korter.
2. Indien het gebruik, aangevangen krachtens een overeenkomst als bedoeld in lid 1, langer dan twee jaar heeft geduurd, geldt van rechtswege een overeenkomst op de tussen partijen overeengekomen voorwaarden, doch voor vijf jaar, waarop de reeds verstreken twee jaar in mindering komen. De artikelen van 291 tot en met 300zijn op deze overeenkomst van toepassing.
3. Het in lid 2 bedoelde rechtsgevolg treedt niet in, indien partijen voor het verstrijken van de termijn van twee jaar een andere overeenkomst sluiten die onder artikel 292 lid 1valt, dan wel een daarvan afwijkende overeenkomst, mits de in artikel 291bedoelde goedkeuring is verzocht voor het verstrijken van de termijn van twee jaar.
4. Indien voor het verstrijken van deze termijn op de voet van artikel 291goedkeuring van afwijkende bedingen is verzocht en de rechter dit verzoek afwijst, kan hij op verzoek van de verhuurder tevens bepalen dat de overeenkomst wordt beëindigd en het tijdstip van de ontruiming vaststellen. Deze vaststelling geldt als een veroordeling tot ontruiming tegen dat tijdstip.
2. Indien het gebruik, aangevangen krachtens een overeenkomst als bedoeld in lid 1, langer dan twee jaar heeft geduurd, geldt van rechtswege een overeenkomst op de tussen partijen overeengekomen voorwaarden, doch voor vijf jaar, waarop de reeds verstreken twee jaar in mindering komen. De artikelen van 291 tot en met 300zijn op deze overeenkomst van toepassing.
3. Het in lid 2 bedoelde rechtsgevolg treedt niet in, indien partijen voor het verstrijken van de termijn van twee jaar een andere overeenkomst sluiten die onder artikel 292 lid 1valt, dan wel een daarvan afwijkende overeenkomst, mits de in artikel 291bedoelde goedkeuring is verzocht voor het verstrijken van de termijn van twee jaar.
4. Indien voor het verstrijken van deze termijn op de voet van artikel 291goedkeuring van afwijkende bedingen is verzocht en de rechter dit verzoek afwijst, kan hij op verzoek van de verhuurder tevens bepalen dat de overeenkomst wordt beëindigd en het tijdstip van de ontruiming vaststellen. Deze vaststelling geldt als een veroordeling tot ontruiming tegen dat tijdstip.