BWBR0005290
Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel 329
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Bedongen kan worden dat de lasten die de verpachter ten gevolge van landinrichting op grond van de <a href="/wet/BWBR0003793" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Landinrichtingswet</a>of de <a href="/wet/BWBR0020748" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet inrichting landelijk gebied</a>, van reconstructie op grond van de <a href="/wet/BWBR0003094" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Reconstructiewet Midden-Delfland</a>of van de <a href="/wet/BWBR0013399" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Reconstructiewet concentratiegebieden</a>, van herinrichting op grond van de <a href="/wet/BWBR0003143" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën</a>of van landinrichting op grond van de <a href="/wet/BWBR0037885" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Omgevingswet</a>, zijn of zullen worden opgelegd, ten dele ten laste van de pachter komen.