BWBR0005290
Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel 248
Burgerlijk Wetboek Boek 7
1. De huurprijs kan worden verhoogd hetzij op grond van een beding in de huurovereenkomst dat in deze wijziging voorziet, hetzij indien een dergelijk beding niet van kracht is, op de wijze als voorgeschreven in de artikelen 252, 252a, 252cen 253. Gedurende het bestaan van een dergelijk beding is toepassing van de artikelen 252, 252a, 252c en 253 uitgesloten. Indien een dergelijk beding niet meer van kracht is, kan vanaf een tijdvak van twaalf maanden na het tijdstip waarop laatstelijk toepassing is gegeven aan het beding, aan de hiervoor genoemde artikelen toepassing worden gegeven.
2. Leidt toepassing van een beding als bedoeld in lid 1 tot een verhoging van de huurprijs die hoger is dan toegelaten bij of krachtens <a href="/wet/BWBR0014315/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10 lid 2</a>of <a href="/wet/BWBR0014315/artikel/10a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10a van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte</a>, dan is het beding nietig voor zover dat beding leidt tot een hogere dan toegelaten verhoging en geldt de huurprijs als verhoogd met de toegelaten verhoging.
3. Leidt toepassing van een beding in een huurovereenkomst als bedoeld in artikel 247of artikel 247atot een verhoging van de huurprijs die hoger is dan toegelaten bij of krachtens <a href="/wet/BWBR0014315/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10 lid 3</a>of <a href="/wet/BWBR0014315/artikel/10a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10a lid 2 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte</a>, of leidt toepassing van een beding in een huurovereenkomst die betrekking heeft op een middeldure huurwoonruimte als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0035303/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1 van de Huisvestingswet 2014</a>tot een verhoging van de huurprijs die hoger is dan toegelaten bij of krachtens <a href="/wet/BWBR0014315/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10 lid 4</a>of <a href="/wet/BWBR0014315/artikel/10a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10a lid 2 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte</a>, dan is het beding nietig voor zover dat beding leidt tot een hogere dan toegelaten verhoging en geldt de huurprijs als verhoogd met de toegelaten verhoging.
4. De huurder kan binnen vier maanden na de ingangsdatum van de verhoging van de huurprijs overeenkomstig een beding als bedoeld in het derde lid, de huurcommissie verzoeken uitspraak te doen over die verhoging. De huurcommissie stelt de verhuurder in kennis van het verzoek van de huurder.
2. Leidt toepassing van een beding als bedoeld in lid 1 tot een verhoging van de huurprijs die hoger is dan toegelaten bij of krachtens <a href="/wet/BWBR0014315/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10 lid 2</a>of <a href="/wet/BWBR0014315/artikel/10a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10a van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte</a>, dan is het beding nietig voor zover dat beding leidt tot een hogere dan toegelaten verhoging en geldt de huurprijs als verhoogd met de toegelaten verhoging.
3. Leidt toepassing van een beding in een huurovereenkomst als bedoeld in artikel 247of artikel 247atot een verhoging van de huurprijs die hoger is dan toegelaten bij of krachtens <a href="/wet/BWBR0014315/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10 lid 3</a>of <a href="/wet/BWBR0014315/artikel/10a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10a lid 2 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte</a>, of leidt toepassing van een beding in een huurovereenkomst die betrekking heeft op een middeldure huurwoonruimte als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0035303/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1 van de Huisvestingswet 2014</a>tot een verhoging van de huurprijs die hoger is dan toegelaten bij of krachtens <a href="/wet/BWBR0014315/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10 lid 4</a>of <a href="/wet/BWBR0014315/artikel/10a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10a lid 2 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte</a>, dan is het beding nietig voor zover dat beding leidt tot een hogere dan toegelaten verhoging en geldt de huurprijs als verhoogd met de toegelaten verhoging.
4. De huurder kan binnen vier maanden na de ingangsdatum van de verhoging van de huurprijs overeenkomstig een beding als bedoeld in het derde lid, de huurcommissie verzoeken uitspraak te doen over die verhoging. De huurcommissie stelt de verhuurder in kennis van het verzoek van de huurder.