BWBR0005290
Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel 125
Burgerlijk Wetboek Boek 7
1. De kredietgever kan de kredietovereenkomst niet ten nadele van de consument beëindigen of wijzigen op grond van een onjuist uitgevoerde beoordeling van de kredietwaardigheid, tenzij de consument bewust informatie in de zin van <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/4:34" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4:34, derde lid, van de Wet op het financieel toezicht</a>heeft achtergehouden of onjuist heeft weergegeven.
2. De kredietgever kan de kredietovereenkomst niet beëindigen op grond van door de consument onvolledig verstrekte informatie voor het sluiten van de kredietovereenkomst, tenzij de consument bewust informatie heeft achtergehouden of onjuist heeft weergegeven.
2. De kredietgever kan de kredietovereenkomst niet beëindigen op grond van door de consument onvolledig verstrekte informatie voor het sluiten van de kredietovereenkomst, tenzij de consument bewust informatie heeft achtergehouden of onjuist heeft weergegeven.