BWBR0005290
Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel 610a
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Hij die ten behoeve van een ander tegen beloning door die ander gedurende drie opeenvolgende maanden, wekelijks dan wel gedurende ten minste twintig uren per maand arbeid verricht, wordt vermoed deze arbeid te verrichten krachtens arbeidsovereenkomst.