BWBR0004309
Geldig vanaf 1988-04-03
Artikel 31
Beschikking superheffing 1988
1. De koper dan wel de producent, die ingevolge de artikelen 2, 3of 4een heffing verschuldigd is of kan worden, is verplicht aan het produktschap, dan wel ieder ander, die belast is met de uitvoering van de EG-verordeningen of deze beschikking, desgevraagd binnen de daarvoor gestelde termijn duidelijk, zonder voorbehoud en naar waarheid die inlichtingen te verstrekken, welke naar hetzelfs, onderscheidenlijk diens oordeel nodig zijn voor de vaststelling of de oplegging van de heffing.
2. De koper dan wel de producent, die ingevolge artikelen 2, 3of 4een heffing verschuldigd is of kan worden, is voorts verplicht van alles wat zijn onderneming of bedrijf betreft op zodanige wijze aantekening te houden, dat daaruit te allen tijde de produktie, de voorraad en de ontvangen be- of verwerkte en afgeleverde hoeveelheden van melk of andere zuivelprodukten, alsmede de op een en ander betrekking hebbende financiële gegevens kunnen worden gekend, en zodanige aantekeningen en gegevens gedurende ten minste 4 jaren te bezwaren.
3. Het produktschap kan ambtshalve de afgeleverde hoeveelheden vaststellen, indien de verplichtingen uit het eerste of tweede lid dan wel uit artikel 27niet of, naar het oordeel van het produktschap, onvoldoende worden nagekomen.
4. Degene die een aanspraak kan maken op referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheid en die de leveringen onderbreekt, dan wel wederom begint met het doen van leveringen, dient daarvan melding te maken bij het produktschap.
5. De gegevens, ingediend in het kader van een verzoek als bedoeld in artikel 5, tweede en derde lid, artikel 9, artikel 21, eerste lid, artikel 24en artikel 30, tweede lid, dan wel een verzoek op basis van artikel 4 van de Beschikking superheffing bijzondere opvolgingssituaties(Stcrt. 1985, 109), dienen naar waarheid te worden verstrekt.
2. De koper dan wel de producent, die ingevolge artikelen 2, 3of 4een heffing verschuldigd is of kan worden, is voorts verplicht van alles wat zijn onderneming of bedrijf betreft op zodanige wijze aantekening te houden, dat daaruit te allen tijde de produktie, de voorraad en de ontvangen be- of verwerkte en afgeleverde hoeveelheden van melk of andere zuivelprodukten, alsmede de op een en ander betrekking hebbende financiële gegevens kunnen worden gekend, en zodanige aantekeningen en gegevens gedurende ten minste 4 jaren te bezwaren.
3. Het produktschap kan ambtshalve de afgeleverde hoeveelheden vaststellen, indien de verplichtingen uit het eerste of tweede lid dan wel uit artikel 27niet of, naar het oordeel van het produktschap, onvoldoende worden nagekomen.
4. Degene die een aanspraak kan maken op referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheid en die de leveringen onderbreekt, dan wel wederom begint met het doen van leveringen, dient daarvan melding te maken bij het produktschap.
5. De gegevens, ingediend in het kader van een verzoek als bedoeld in artikel 5, tweede en derde lid, artikel 9, artikel 21, eerste lid, artikel 24en artikel 30, tweede lid, dan wel een verzoek op basis van artikel 4 van de Beschikking superheffing bijzondere opvolgingssituaties(Stcrt. 1985, 109), dienen naar waarheid te worden verstrekt.