BWBR0004309
Geldig vanaf 1988-04-03
Artikel 20
Beschikking superheffing 1988
1. Indien naar het oordeel van het produktschap een overdracht van grond dan wel het aangaan of beëindigen van een pachtovereenkomst kennelijk uitsluitend tot doel heeft gehad de hoeveelheid genoemd in artikel 16, eerste lid, en in artikel 19, eerste en tweede lid, te ontgaan, kan het produktschap binnen een tijdvak van 3 jaar na overgang van de referentiehoeveelheid dan wel de in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheid, besluiten dat een aanspraak op deze hoeveelheid ter zake van die overdracht geheel of gedeeltelijk niet meer wordt erkend, te rekenen vanaf het tijdstip van registratie, met dien verstande dat de niet-erkenning maximaal 12 maanden terugwerkt.
2. Indien een aanspraak ingevolge het eerste lid geheel of gedeeltelijk niet meer wordt erkend
a. kan erkenning van de aanspraak op de referentiehoeveelheid dan wel de in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid bij de vervreemder plaatsvinden indien de verkrijger en de vervreemder overeenkomen dat de overgang van de referentiehoeveelheid dan wel de in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid ongedaan wordt gemaakt met ingang van de datum waarop partijen van deze overeenkomst op een daartoe voorgeschreven formulier bij het produktschap hebben kennisgegeven;
b. kan erkenning van de aanspraak op de referentiehoeveelheid dan wel de in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid bij de verkrijger plaatsvinden, indien alsnog daadwerkelijk voor de melkproduktie gebruikte oppervlakte grond aan hem wordt overgedragen overeenkomstig het bepaalde in artikel 16 dan wel indien met betrekking tot daadwerkelijk voor de melkproduktie gebruikte oppervlakte grond alsnog een pachtovereenkomst wordt aangegeven of beëindigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 19 met ingang van de datum waarop de betrokken registratie overeenkomstig de procedure van artikel 21 en 22 heeft plaatsgevonden.
3. De erkenning als bedoeld in het tweede lid wordt gerelateerd aan de nog niet verstreken periode van de betrokken heffingsperiode.
4. De verkrijger kan op diens verzoek aanspraak maken op een vergoeding van f0,65 per kilogram referentiehoeveelheid dan wel de in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheid.
Voor zover deze vergoeding toegekend wordt is het in het tweede lid bepaalde niet van toepassing. Een verzoek dient bij het produktschap te worden ingediend op een daartoe voorgeschreven formulier, waarna het produktschap dit verzoek doorgeleidt naar de directeur.
5. Indien bij toepassing van artikel 17, tweede lid, onderdeel b, naar het oordeel van het produktschap in het tijdvak van drie jaren volgend op de overgang van de referentiehoeveelheid dan wel de in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheid, het bedrijf niet of niet meer als een zelfstandige eenheid ongewijzigd wordt voortgezet, kan het produktschap besluiten dat een aanspraak op deze hoeveelheid, van meer dan 20 000 kg per hectare overgedragen grond geheel of gedeeltelijk niet meer wordt erkend, te rekenen vanaf het tijdstip van registratie.
2. Indien een aanspraak ingevolge het eerste lid geheel of gedeeltelijk niet meer wordt erkend
a. kan erkenning van de aanspraak op de referentiehoeveelheid dan wel de in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid bij de vervreemder plaatsvinden indien de verkrijger en de vervreemder overeenkomen dat de overgang van de referentiehoeveelheid dan wel de in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid ongedaan wordt gemaakt met ingang van de datum waarop partijen van deze overeenkomst op een daartoe voorgeschreven formulier bij het produktschap hebben kennisgegeven;
b. kan erkenning van de aanspraak op de referentiehoeveelheid dan wel de in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid bij de verkrijger plaatsvinden, indien alsnog daadwerkelijk voor de melkproduktie gebruikte oppervlakte grond aan hem wordt overgedragen overeenkomstig het bepaalde in artikel 16 dan wel indien met betrekking tot daadwerkelijk voor de melkproduktie gebruikte oppervlakte grond alsnog een pachtovereenkomst wordt aangegeven of beëindigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 19 met ingang van de datum waarop de betrokken registratie overeenkomstig de procedure van artikel 21 en 22 heeft plaatsgevonden.
3. De erkenning als bedoeld in het tweede lid wordt gerelateerd aan de nog niet verstreken periode van de betrokken heffingsperiode.
4. De verkrijger kan op diens verzoek aanspraak maken op een vergoeding van f0,65 per kilogram referentiehoeveelheid dan wel de in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheid.
Voor zover deze vergoeding toegekend wordt is het in het tweede lid bepaalde niet van toepassing. Een verzoek dient bij het produktschap te worden ingediend op een daartoe voorgeschreven formulier, waarna het produktschap dit verzoek doorgeleidt naar de directeur.
5. Indien bij toepassing van artikel 17, tweede lid, onderdeel b, naar het oordeel van het produktschap in het tijdvak van drie jaren volgend op de overgang van de referentiehoeveelheid dan wel de in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheid, het bedrijf niet of niet meer als een zelfstandige eenheid ongewijzigd wordt voortgezet, kan het produktschap besluiten dat een aanspraak op deze hoeveelheid, van meer dan 20 000 kg per hectare overgedragen grond geheel of gedeeltelijk niet meer wordt erkend, te rekenen vanaf het tijdstip van registratie.