BWBR0004309
Geldig vanaf 1988-04-03
Artikel 21
Beschikking superheffing 1988
1. Degenen die grond, bedoeld in artikel 16, dan wel een bedrijf als bedoeld in artikel 17, eerste lid, hebben verworven respectievelijk overgedragen, geven daarvan onverwijld gezamenlijk kennis aan het produktschap op een daartoe voorgeschreven formulier, volgens daartoe gestelde voorschriften. Bij het formulier wordt de overeenkomst gevoegd met betrekking tot de overdracht, vermeldende de referentiehoeveelheid dan wel de heffingvrije hoeveelheid, bedoeld in artikel 16dan wel 17.
2. Grondoverdrachten waarbij gebruik wordt gemaakt van de in artikel 19a. eerste lid, bedoelde mogelijkheid dienen onverwijld gemeld te worden bij het produktschap op een daartoe voorgeschreven formulier. In afwijking hiervan dienen deze grondoverdrachten in de heffingsperiode 1992/93 bij de DBH gemeld te worden.
3. Bij meerdere kopers dient volgens daartoe gestelde voorschriften door partijen te worden aangegeven bij welke heffingvrije hoeveelheid de referentiehoeveelheid of het gedeelte daarvan moet worden afgeschreven en bij welke heffingvrije hoeveelheid de hoeveelheid moet worden toegedeeld.
4. Er kan eerst een aanspraak op een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheid worden gemaakt vanaf de registratie door het produktschap.
5. Indien de overeenkomst bedoeld in het eerste lid in het tijdvak van 1 november tot en met het einde van de heffingsperiode bij het produktschap wordt aangemeld, wordt de aanspraak op de referentiehoeveelheid dan wel de in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheid, eerst erkend met ingang van de volgende heffingsperiode. Deze bepaling vindt geen toepassing indien artikel 20, tweede lid, onderdeel b, toepassing vindt. Indien zodanige aanmelding plaatsvindt in enige heffingsperiode vóór 1 november kan het produktschap de overgang van de referentiehoeveelheid dan wel de in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheid, voor het geheel of een gedeelte daarvan registreren met ingang van enig moment in de lopende heffingsperiode.
6. a. Een overgang van een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid wordt niet geregistreerd indien niet aan de voorwaarden gesteld in de artikelen 16, 17 en 19a, derde lid, is voldaan.
b. In afwijking van het bepaalde onder a kan op verzoek van betrokken partijen ingeval een overgang van een referentiehoeveelheid dan wel een artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid wordt aangeboden van meer dan 20 000 kg per hectare overgedragen grond, gebruikt voor de melkveehouderij, de registratie uitgaande van 20 000 kg per hectare overgedragen grond, gebruikt voor de melkveehouderij, alsnog worden verricht, waarbij voor dat meerdere de aanspraak komt te vervallen onder toekenning van een vergoeding overeenkomstig de bepalingen van de daarvoor geldende regeling van de Stichting Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Landbouw.
c. Indien in een heffingsperiode meer dan 5 hectaren wordt overgedragen met gebruikmaking van artikel 19a, eerste lid, vervalt over het meerdere de aanspraak op een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid op basis van 20 000 kg per hectare overgedragen grond, gebruikt voor de melkveehouderij. Een aanspraak kan wederom worden erkend indien de vervreemder alsnog zorgdraagt voor een overgang van een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid op basis van 20 000 kg per hectare overgedragen grond, gebruikt voor de melkveehouderij. Deze erkenning wordt gerelateerd aan de nog niet verstreken periode van de heffingsperiode. Indien van voorgaande erkenningsmogelijkheid geen gebruik wordt gemaakt, wordt voor de vervallen aanspraak een vergoeding toegekend overeenkomstig de bepalingen van de daarvoor geldende regeling van de Stichting Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Landbouw.
d. In afwijking van het bepaalde onder a, kan indien vóór 15 april geen opgave is gedaan door de producent van de totale oppervlakte van de grond, gebruikt voor de melkveehouderij, waarover hij bij aanvang van de heffingsperiode beschikt, de overgang van referentiehoeveelheid dan wel in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid alsnog worden geregistreerd, wanneer de in artikel 19a, derde lid, bedoelde opgave alsnog wordt gedaan. De registratie wordt gerelateerd aan de nog niet verstreken periode van de heffingsperiode.
7. De vergoeding, bedoeld in het zesde lid, wordt toegekend aan de vervreemder van de grond, tenzij de betrokken partijen anders overeenkomen.
8. Indien in een heffingsperiode een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheid tijdelijk wordt overgedragen overeenkomstig het bepaalde in § 5Aen nadien in dezelfde periode ten aanzien van de betrokken hoeveelheid een overeenkomst bedoeld in de tweede volzin van het eerste lid bij het produktschap wordt aangemeld, wordt de aanspraak op de betrokken hoeveelheid eerst erkend met ingang van de volgende heffingsperiode.
2. Grondoverdrachten waarbij gebruik wordt gemaakt van de in artikel 19a. eerste lid, bedoelde mogelijkheid dienen onverwijld gemeld te worden bij het produktschap op een daartoe voorgeschreven formulier. In afwijking hiervan dienen deze grondoverdrachten in de heffingsperiode 1992/93 bij de DBH gemeld te worden.
3. Bij meerdere kopers dient volgens daartoe gestelde voorschriften door partijen te worden aangegeven bij welke heffingvrije hoeveelheid de referentiehoeveelheid of het gedeelte daarvan moet worden afgeschreven en bij welke heffingvrije hoeveelheid de hoeveelheid moet worden toegedeeld.
4. Er kan eerst een aanspraak op een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheid worden gemaakt vanaf de registratie door het produktschap.
5. Indien de overeenkomst bedoeld in het eerste lid in het tijdvak van 1 november tot en met het einde van de heffingsperiode bij het produktschap wordt aangemeld, wordt de aanspraak op de referentiehoeveelheid dan wel de in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheid, eerst erkend met ingang van de volgende heffingsperiode. Deze bepaling vindt geen toepassing indien artikel 20, tweede lid, onderdeel b, toepassing vindt. Indien zodanige aanmelding plaatsvindt in enige heffingsperiode vóór 1 november kan het produktschap de overgang van de referentiehoeveelheid dan wel de in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheid, voor het geheel of een gedeelte daarvan registreren met ingang van enig moment in de lopende heffingsperiode.
6. a. Een overgang van een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid wordt niet geregistreerd indien niet aan de voorwaarden gesteld in de artikelen 16, 17 en 19a, derde lid, is voldaan.
b. In afwijking van het bepaalde onder a kan op verzoek van betrokken partijen ingeval een overgang van een referentiehoeveelheid dan wel een artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid wordt aangeboden van meer dan 20 000 kg per hectare overgedragen grond, gebruikt voor de melkveehouderij, de registratie uitgaande van 20 000 kg per hectare overgedragen grond, gebruikt voor de melkveehouderij, alsnog worden verricht, waarbij voor dat meerdere de aanspraak komt te vervallen onder toekenning van een vergoeding overeenkomstig de bepalingen van de daarvoor geldende regeling van de Stichting Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Landbouw.
c. Indien in een heffingsperiode meer dan 5 hectaren wordt overgedragen met gebruikmaking van artikel 19a, eerste lid, vervalt over het meerdere de aanspraak op een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid op basis van 20 000 kg per hectare overgedragen grond, gebruikt voor de melkveehouderij. Een aanspraak kan wederom worden erkend indien de vervreemder alsnog zorgdraagt voor een overgang van een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid op basis van 20 000 kg per hectare overgedragen grond, gebruikt voor de melkveehouderij. Deze erkenning wordt gerelateerd aan de nog niet verstreken periode van de heffingsperiode. Indien van voorgaande erkenningsmogelijkheid geen gebruik wordt gemaakt, wordt voor de vervallen aanspraak een vergoeding toegekend overeenkomstig de bepalingen van de daarvoor geldende regeling van de Stichting Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Landbouw.
d. In afwijking van het bepaalde onder a, kan indien vóór 15 april geen opgave is gedaan door de producent van de totale oppervlakte van de grond, gebruikt voor de melkveehouderij, waarover hij bij aanvang van de heffingsperiode beschikt, de overgang van referentiehoeveelheid dan wel in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid alsnog worden geregistreerd, wanneer de in artikel 19a, derde lid, bedoelde opgave alsnog wordt gedaan. De registratie wordt gerelateerd aan de nog niet verstreken periode van de heffingsperiode.
7. De vergoeding, bedoeld in het zesde lid, wordt toegekend aan de vervreemder van de grond, tenzij de betrokken partijen anders overeenkomen.
8. Indien in een heffingsperiode een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheid tijdelijk wordt overgedragen overeenkomstig het bepaalde in § 5Aen nadien in dezelfde periode ten aanzien van de betrokken hoeveelheid een overeenkomst bedoeld in de tweede volzin van het eerste lid bij het produktschap wordt aangemeld, wordt de aanspraak op de betrokken hoeveelheid eerst erkend met ingang van de volgende heffingsperiode.