BWBR0004309
Geldig vanaf 1988-04-03
Artikel 22
Beschikking superheffing 1988
1. De partijen geven de in artikel 19bedoelde overgang van een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheid aan in ofwel de desbetreffende pachtovereenkomst ofwel in een aparte schriftelijke overeenkomst.
2. Artikel 21is van overeenkomstige toepassing in de in het eerste lid bedoelde situatie, met dien verstande dat de in artikel 21, eerste lid, bedoelde kennisgeving onder overlegging van de daartoe strekkende bewijsstukken dan dient plaats te vinden onverwijld na;
a. de goedkeuring door de grondkamer van de pachtovereenkomst;
b. de goedkeuring van de beëindiging van de pachtovereenkomst door de grondkamer;
c. de door de rechter uitgesproken ontbinding van de pachtovereenkomst;
d. de afwijzing door de rechter van een verzoek tot verlenging van een pachtovereenkomst;
e. het eindigen van de pachtovereenkomst als gevolg van een kennisgeving als bedoeld in artikel 36, tweede lid, van de Pachtwet, waarna niet overeenkomstig artikel 36, derde lid, van de Pachtwet verlenging is verzocht.
3. In geval van ontbinding, eindiging dan wel beëindiging van een pachtovereenkomst wordt bij toepassing van artikel 21, zesde lid, de vergoeding toegekend aan de verpachter en pachter gezamenlijk, ieder voor de helft, hetzij de betrokken partijen anders overeenkomen.
2. Artikel 21is van overeenkomstige toepassing in de in het eerste lid bedoelde situatie, met dien verstande dat de in artikel 21, eerste lid, bedoelde kennisgeving onder overlegging van de daartoe strekkende bewijsstukken dan dient plaats te vinden onverwijld na;
a. de goedkeuring door de grondkamer van de pachtovereenkomst;
b. de goedkeuring van de beëindiging van de pachtovereenkomst door de grondkamer;
c. de door de rechter uitgesproken ontbinding van de pachtovereenkomst;
d. de afwijzing door de rechter van een verzoek tot verlenging van een pachtovereenkomst;
e. het eindigen van de pachtovereenkomst als gevolg van een kennisgeving als bedoeld in artikel 36, tweede lid, van de Pachtwet, waarna niet overeenkomstig artikel 36, derde lid, van de Pachtwet verlenging is verzocht.
3. In geval van ontbinding, eindiging dan wel beëindiging van een pachtovereenkomst wordt bij toepassing van artikel 21, zesde lid, de vergoeding toegekend aan de verpachter en pachter gezamenlijk, ieder voor de helft, hetzij de betrokken partijen anders overeenkomen.