BWBR0004309
Geldig vanaf 1988-04-03
Artikel 30
Beschikking superheffing 1988
1. In afwijking in zoverre van het bepaalde in artikel 29, eerste lid,vindt over de in onderdeel a bedoelde hoeveelheden geen doorberekening plaats, indien het produktschap op verzoek van de producent of producenten daarvoor toestemming heeft gegeven. Zodanige toestemming kan slechts worden gegeven indien:
a. op een bedrijf meer dan één referentiehoeveelheid is geregistreerd en de melk, of het equivalent daarvan, door de betrokkenen gezamenlijk aan één koper wordt geleverd tot ten hoogste deze referentiehoeveelheden en
b. de produktie en de levering van melk, of het equivalent daarvan, plaatsvindt op één te onderscheiden zelfstandige bedrijfseenheid en
c. de melk, of het equivalent daarvan, rechtstreeks wordt geleverd vanuit één op deze bedrijfseenheid geplaatst gebouw of complex van gebouwen.
2. Het in het eerste lid bedoelde verzoek dient te worden ingediend bij het produktschap op een daartoe voorgeschreven formulier. Indien dit verzoek in het tijdvak van 1 november tot en met het einde van de heffingsperiode bij het produktschap wordt ingediend, kan de toestemming eerst met ingang van de volgende heffingsperiode worden verleend. Het produktschap beslist op dit verzoek. Aan de door het produktschap verleende toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden.
3. De toestemming vervalt zodra niet meer wordt voldaan aan een of meer voorwaarden voor de verlening van de toestemming.
4. Indien partijen zelf de regeling wensen te beëindigen vervalt de toestemming met ingang van een volgende heffingsperiode.
5. De producent of producenten aan wie de in het eerste lid bedoelde toestemming is verleend, dient of dienen, zodra niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden voor de verlening van de toestemming, of indien zij zelf de regeling wensen te beëindigen, hiervan het produktschap onverwijld in kennis te stellen.
a. op een bedrijf meer dan één referentiehoeveelheid is geregistreerd en de melk, of het equivalent daarvan, door de betrokkenen gezamenlijk aan één koper wordt geleverd tot ten hoogste deze referentiehoeveelheden en
b. de produktie en de levering van melk, of het equivalent daarvan, plaatsvindt op één te onderscheiden zelfstandige bedrijfseenheid en
c. de melk, of het equivalent daarvan, rechtstreeks wordt geleverd vanuit één op deze bedrijfseenheid geplaatst gebouw of complex van gebouwen.
2. Het in het eerste lid bedoelde verzoek dient te worden ingediend bij het produktschap op een daartoe voorgeschreven formulier. Indien dit verzoek in het tijdvak van 1 november tot en met het einde van de heffingsperiode bij het produktschap wordt ingediend, kan de toestemming eerst met ingang van de volgende heffingsperiode worden verleend. Het produktschap beslist op dit verzoek. Aan de door het produktschap verleende toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden.
3. De toestemming vervalt zodra niet meer wordt voldaan aan een of meer voorwaarden voor de verlening van de toestemming.
4. Indien partijen zelf de regeling wensen te beëindigen vervalt de toestemming met ingang van een volgende heffingsperiode.
5. De producent of producenten aan wie de in het eerste lid bedoelde toestemming is verleend, dient of dienen, zodra niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden voor de verlening van de toestemming, of indien zij zelf de regeling wensen te beëindigen, hiervan het produktschap onverwijld in kennis te stellen.