BWBR0004309
Geldig vanaf 1988-04-03
Artikel 10
Beschikking superheffing 1988
1. Door het produktschap wordt voor iedere heffingsperiode een nationaal gemiddeld vetgehalte vastgesteld. Dit nationale gemiddelde vetgehalte vormt het gewogen gemiddelde van de in de betrokken heffingsperiode voor de producenten geldende gemiddelde vetgehaltes.
2. Indien het gewogen gemiddelde van de in de betrokken heffingsperiode gerealiseerde individuele vetgehaltes hoger is dan het nationaal gemiddelde vetgehalte, als bedoeld in het eerste lid, dan wordt de door de producent geleverde hoeveelheid melk op de volgende wijze gecorrigeerd:
als het voor de producent geldende gemiddelde vetgehalte hoger is dan het door hem in de betrokken heffingsperiode gerealiseerde vetgehalte wordt de geleverde hoeveelheid melk verminderd met 0,18% voor elke 0,1 g melkvet minder per kilogram melk;
als het voor de producent geldende gemiddelde vetgehalte lager is dan het door hem in de betrokken heffingsperiode gerealiseerde vetgehalte wordt de geleverde hoeveelheid melk verhoogd met 0,18% voor elke 0,1 g melkvet meer per kilogram melk.
2. Indien het gewogen gemiddelde van de in de betrokken heffingsperiode gerealiseerde individuele vetgehaltes hoger is dan het nationaal gemiddelde vetgehalte, als bedoeld in het eerste lid, dan wordt de door de producent geleverde hoeveelheid melk op de volgende wijze gecorrigeerd:
als het voor de producent geldende gemiddelde vetgehalte hoger is dan het door hem in de betrokken heffingsperiode gerealiseerde vetgehalte wordt de geleverde hoeveelheid melk verminderd met 0,18% voor elke 0,1 g melkvet minder per kilogram melk;
als het voor de producent geldende gemiddelde vetgehalte lager is dan het door hem in de betrokken heffingsperiode gerealiseerde vetgehalte wordt de geleverde hoeveelheid melk verhoogd met 0,18% voor elke 0,1 g melkvet meer per kilogram melk.