BWBR0004309
Geldig vanaf 23-02-1990
Artikel 9
Beschikking superheffing 1988
1. Het produktschap kan op een daartoe gedaan verzoek overeenkomstig het bepaalde in artikel 5, vijfde of zesde lid, van Verordening (EEG) nr. 1546/88 een referentiehoeveelheid respectievelijk een in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid toewijzen onder evenredige vermindering van de in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid respectievelijk van de referentiehoeveelheid. Zodanig verzoek dient uiterlijk vóór 1 mei van de betrokken heffingsperiode te worden gericht aan het produktschap, volgens daartoe door het produktschap gestelde regelen.
2. Teneinde het hoofd te kunnen bieden aan een wijziging in hun afzetbehoeften, kan het produktschap op daartoe gedaan verzoek overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 bis van Verordening (EEG) nr. 857/84 aan producenten, die zowel aanspraak kunnen maken op een referentiehoeveelheid als een in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid, per heffingsperiode een verhoging toestaan van één van deze twee hoeveelheden onder de voorwaarde dat de andere hoeveelheid met een overeenkomstige hoeveelheid wordt verminderd. Zodanig verzoek dient uiterlijk vóór 1 januari van de betrokken heffingsperiode te worden gericht aan het produktschap volgens daartoe door het produktschap gestelde regelen.
3. Het bepaalde in het eerste lid vindt geen toepassing indien de producent in de betrokken heffingsperiode een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid tijdelijk heeft verkregen dan wel overgedragen, overeenkomstig het bepaalde in § 5A.
4. Het bepaalde in het tweede lid vindt geen toepassing voorzover het overeenkomstig het bepaalde in § 5A tijdelijk verkregen dan wel tijdelijk overgedragen referentiehoeveelheden of de in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheden betreft.
2. Teneinde het hoofd te kunnen bieden aan een wijziging in hun afzetbehoeften, kan het produktschap op daartoe gedaan verzoek overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 bis van Verordening (EEG) nr. 857/84 aan producenten, die zowel aanspraak kunnen maken op een referentiehoeveelheid als een in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid, per heffingsperiode een verhoging toestaan van één van deze twee hoeveelheden onder de voorwaarde dat de andere hoeveelheid met een overeenkomstige hoeveelheid wordt verminderd. Zodanig verzoek dient uiterlijk vóór 1 januari van de betrokken heffingsperiode te worden gericht aan het produktschap volgens daartoe door het produktschap gestelde regelen.
3. Het bepaalde in het eerste lid vindt geen toepassing indien de producent in de betrokken heffingsperiode een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid tijdelijk heeft verkregen dan wel overgedragen, overeenkomstig het bepaalde in § 5A.
4. Het bepaalde in het tweede lid vindt geen toepassing voorzover het overeenkomstig het bepaalde in § 5A tijdelijk verkregen dan wel tijdelijk overgedragen referentiehoeveelheden of de in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheden betreft.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0004309
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl