BWBR0004309
Geldig vanaf 1988-04-03
Artikel 25
Beschikking superheffing 1988
1. Een aanspraak op een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheid, wordt niet of niet meer erkend voor zover het gehele bedrijf niet of niet meer voor landbouwkundige doeleinden wordt gebruikt.
2. Een aanspraak op een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheid, wordt niet erkend indien grond, niet zijnde een geheel bedrijf, of een geheel bedrijf wordt verworven door een ander publiekrechtelijk lichaam dan het Bureau Beheer Landbouwgronden, of door een particuliere natuurbeschermingsorganisatie, tenzij de minister anders beslist voor een daarbij vastgestelde hoeveelheid, onder door hem te stellen voorwaarden of beperkingen.
3. Indien een producent grond, niet zijnde een geheel bedrijf, of een geheel bedrijf overdraagt aan een publiekrechtelijk lichaam of een particuliere natuurbeschermingsorganisatie, kan de minister hem een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheid, toewijzen ten aanzien van vervangende grond tot ten hoogste de hoeveelheid die ten aanzien van de overgedragen grond of het overgedragen bedrijf op grond van het tweede lid is vervallen en indien zeker is gesteld dat de overgedragen grond of het overgedragen bedrijf niet meer voor landbouwkundige doeleinden wordt gebruikt. De minister kan nadere voorwaarden of beperkingen stellen. Deze bepaling vindt geen toepassing indien een producent een geheel bedrijf in eigendom overdraagt aan het bureau beheer landbouwgronden.
4. Voor zover de minister aan de bevoegdheid, bedoeld in het derde lid, geen toepassing geeft kan hij aan de producent aan wie de grond of het gehele bedrijf door het publiekrechtelijk lichaam wordt overgedragen, een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheid, toewijzen tot ten hoogste de hoeveelheid, die op grond van het tweede lid is vervallen. De minister kan nadere voorwaarden of beperkingen stellen.
5. De minister kan een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheid, toewijzen ten behoeve van het beheer van gronden, die hun agrarische bestemming in belangrijke mate hebben verloren en die zijn verworven ten behoeve van doeleinden van natuur en landschap, voor zover daartoe eerder referentiehoeveelheden of heffingvrije hoeveelheden zijn vervallen op grond van het tweede lid, bij verwerving van dergelijke gronden. De minister kan nadere voorwaarden of beperkingen stellen.
6. Onder overdracht wordt, onverminderd het bepaalde in de laatste volzin van het derde lid, in dit artikel verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 18, dan wel het aangaan, ontbinden, eindigen of beëindigen van een pachtovereenkomst, bedoeld in artikel 19.
2. Een aanspraak op een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheid, wordt niet erkend indien grond, niet zijnde een geheel bedrijf, of een geheel bedrijf wordt verworven door een ander publiekrechtelijk lichaam dan het Bureau Beheer Landbouwgronden, of door een particuliere natuurbeschermingsorganisatie, tenzij de minister anders beslist voor een daarbij vastgestelde hoeveelheid, onder door hem te stellen voorwaarden of beperkingen.
3. Indien een producent grond, niet zijnde een geheel bedrijf, of een geheel bedrijf overdraagt aan een publiekrechtelijk lichaam of een particuliere natuurbeschermingsorganisatie, kan de minister hem een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheid, toewijzen ten aanzien van vervangende grond tot ten hoogste de hoeveelheid die ten aanzien van de overgedragen grond of het overgedragen bedrijf op grond van het tweede lid is vervallen en indien zeker is gesteld dat de overgedragen grond of het overgedragen bedrijf niet meer voor landbouwkundige doeleinden wordt gebruikt. De minister kan nadere voorwaarden of beperkingen stellen. Deze bepaling vindt geen toepassing indien een producent een geheel bedrijf in eigendom overdraagt aan het bureau beheer landbouwgronden.
4. Voor zover de minister aan de bevoegdheid, bedoeld in het derde lid, geen toepassing geeft kan hij aan de producent aan wie de grond of het gehele bedrijf door het publiekrechtelijk lichaam wordt overgedragen, een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheid, toewijzen tot ten hoogste de hoeveelheid, die op grond van het tweede lid is vervallen. De minister kan nadere voorwaarden of beperkingen stellen.
5. De minister kan een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheid, toewijzen ten behoeve van het beheer van gronden, die hun agrarische bestemming in belangrijke mate hebben verloren en die zijn verworven ten behoeve van doeleinden van natuur en landschap, voor zover daartoe eerder referentiehoeveelheden of heffingvrije hoeveelheden zijn vervallen op grond van het tweede lid, bij verwerving van dergelijke gronden. De minister kan nadere voorwaarden of beperkingen stellen.
6. Onder overdracht wordt, onverminderd het bepaalde in de laatste volzin van het derde lid, in dit artikel verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 18, dan wel het aangaan, ontbinden, eindigen of beëindigen van een pachtovereenkomst, bedoeld in artikel 19.