BWBR0004309
Geldig vanaf 1988-04-03
Artikel 26
Beschikking superheffing 1988
1. Het produktschap is belast met de vaststelling, de oplegging en de inning van de heffingen, bedoeld in de artikelen 2, 3en 4.
2. Aanspraak op een hoeveelheid, bedoeld in de artikelen 5en 7bestaat slechts indien ten genoegen van het produktschap zodanige aanspraak kan worden aangetoond, op de wijze als door hetzelve is voorgeschreven. De minister kan met betrekking tot de vaststelling van de hoeveelheid nadere regelen stellen.
3. De geïnde heffingen vormen onderdeel van de afdeling B van het Landbouw-Egalisatiefonds. De door het produktschap geïncasseerde bedragen worden elke week met de centrale rekening van dit fonds verrekend.
2. Aanspraak op een hoeveelheid, bedoeld in de artikelen 5en 7bestaat slechts indien ten genoegen van het produktschap zodanige aanspraak kan worden aangetoond, op de wijze als door hetzelve is voorgeschreven. De minister kan met betrekking tot de vaststelling van de hoeveelheid nadere regelen stellen.
3. De geïnde heffingen vormen onderdeel van de afdeling B van het Landbouw-Egalisatiefonds. De door het produktschap geïncasseerde bedragen worden elke week met de centrale rekening van dit fonds verrekend.