BWBR0004309
Geldig vanaf 1988-04-03
Artikel 29
Beschikking superheffing 1988
1. Indien de koper een heffing is verschuldigd berekent deze de heffing overeenkomstig de EG-verordeningen door aan de producenten wier aan de koper afgeleverde hoeveelheid melk, of het equivalent daarvan, hoger is dan de overeenkomstig artikel 5, tweede en derde lid, aan de koper toegedeelde referentiehoeveelheid. Deze doorberekening vindt plaats nadat de koper de referentiehoeveelheden die opnieuw kunnen worden verdeeld overeenkomstig de EG-verordeningen heeft herverdeeld over de in de eerste volzin bedoelde producenten in evenredigheid met hun referentiehoeveelheden.
2. Zodra op basis van de door de koper te verrichten periodieke registratie van de door een producent aan hem geleverde hoeveelheid melk of het equivalent daarvan blijkt dat een producent zijn aan die koper toebedeelde referentiehoeveelheid heeft overschreden, kan de koper reeds gedurende de heffingsperiode doch niet voordat de eerste zes maanden van die periode zijn verstreken, ter hoogte van de overschrijding een voorschot op de verschuldigde heffing innen.
3. Het in het tweede lid bedoelde voorschot op de inning kan worden verrekend met de door de koper aan de producent verschuldigde gelden.
4. Na afloop van de heffingsperiode wordt het aldus betaalde voorschot op de inning verrekend met de ingevolge het eerste lid door de producent definitief verschuldigde heffing.
2. Zodra op basis van de door de koper te verrichten periodieke registratie van de door een producent aan hem geleverde hoeveelheid melk of het equivalent daarvan blijkt dat een producent zijn aan die koper toebedeelde referentiehoeveelheid heeft overschreden, kan de koper reeds gedurende de heffingsperiode doch niet voordat de eerste zes maanden van die periode zijn verstreken, ter hoogte van de overschrijding een voorschot op de verschuldigde heffing innen.
3. Het in het tweede lid bedoelde voorschot op de inning kan worden verrekend met de door de koper aan de producent verschuldigde gelden.
4. Na afloop van de heffingsperiode wordt het aldus betaalde voorschot op de inning verrekend met de ingevolge het eerste lid door de producent definitief verschuldigde heffing.