BWBR0004309
Geldig vanaf 1988-04-03
Artikel 5
Beschikking superheffing 1988
1. De heffing, bedoeld in artikel 2is niet verschuldigd over een hoeveelheid, welke in de heffingsperiode gelijk of minder is dan de heffingvrije hoeveelheid van de koper.
2. De heffingvrije hoeveelheid van de koper is voor de betrokken heffingsperiode gelijk aan het totaal van de referentiehoeveelheden of gedeelten daarvan waarvan de koper met inachtneming van de EG-verordeningen vòòr 1 september van de betrokken heffingsperiode aan het produktschap opgave heeft gedaan volgens daartoe door het produktschap gestelde regelen. Op de in de vorige volzin bedoelde opgave dient de toestemming van de betrokken producent te zijn vermeld. Indien van een referentiehoeveelheid door meer dan één koper opgave wordt gedaan, wordt de betrokken referentiehoeveelheid aan de heffingvrije hoeveelheid van de koper toegedeeld naar rato van het aantal kopers.
3. Van de in het tweede lid bedoelde toedeling kan worden afgeweken indien de producent tezamen met de betrokken kopers met inachtneming van de EG-verordeningen mededeling doet van een andere toedeling. De in dit lid bedoelde mededeling dient te worden gedaan vòòr 1 september van de betrokken heffingsperiode, volgens daartoe door het produktschap gestelde regelen.
4. De in het tweede lid bedoelde toedeling wordt bij overgang van referentiehoeveelheden gewijzigd op de wijze bedoeld in artikel 21, tweede lid. Zodanige wijziging vindt op overeenkomstige wijze plaats bij toewijzing dan wel vermindering van referentiehoeveelheden.
5. De overeenkomstig het tweede en derde lid vastgestelde heffingvrije hoeveelheden van de kopers geschiedt voor het eerst voor de heffingsperiode 1988/1989. Deze vaststelling geldt eveneens voor de daarop volgende heffingsperioden, tenzij deze overeenkomstig het bepaalde in het tweede en derde lid door betrokkenen wordt gewijzigd.
2. De heffingvrije hoeveelheid van de koper is voor de betrokken heffingsperiode gelijk aan het totaal van de referentiehoeveelheden of gedeelten daarvan waarvan de koper met inachtneming van de EG-verordeningen vòòr 1 september van de betrokken heffingsperiode aan het produktschap opgave heeft gedaan volgens daartoe door het produktschap gestelde regelen. Op de in de vorige volzin bedoelde opgave dient de toestemming van de betrokken producent te zijn vermeld. Indien van een referentiehoeveelheid door meer dan één koper opgave wordt gedaan, wordt de betrokken referentiehoeveelheid aan de heffingvrije hoeveelheid van de koper toegedeeld naar rato van het aantal kopers.
3. Van de in het tweede lid bedoelde toedeling kan worden afgeweken indien de producent tezamen met de betrokken kopers met inachtneming van de EG-verordeningen mededeling doet van een andere toedeling. De in dit lid bedoelde mededeling dient te worden gedaan vòòr 1 september van de betrokken heffingsperiode, volgens daartoe door het produktschap gestelde regelen.
4. De in het tweede lid bedoelde toedeling wordt bij overgang van referentiehoeveelheden gewijzigd op de wijze bedoeld in artikel 21, tweede lid. Zodanige wijziging vindt op overeenkomstige wijze plaats bij toewijzing dan wel vermindering van referentiehoeveelheden.
5. De overeenkomstig het tweede en derde lid vastgestelde heffingvrije hoeveelheden van de kopers geschiedt voor het eerst voor de heffingsperiode 1988/1989. Deze vaststelling geldt eveneens voor de daarop volgende heffingsperioden, tenzij deze overeenkomstig het bepaalde in het tweede en derde lid door betrokkenen wordt gewijzigd.