BWBR0004309
Geldig vanaf 1988-04-03
Artikel 17
Beschikking superheffing 1988
1. Ingeval van overdracht van het gehele bedrijf gaat de betrokken referentiehoeveelheid dan wel de in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheid over, met inachtneming van de hierna volgende bepalingen.
2. Een overgang van een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheid kan meer bedragen dan 20 000 kg per hectare overgedragen grond, gebruikt voor de melkveehouderij, indien:
a. het gehele bedrijf wordt verworven door degene die een echtgenoot, kind, afstammeling in de tweede graad, echtgenoot van een kind, echtgenoot van een kleinkind, of een pleegkind is van de vervreemder;
b. het gehele bedrijf wordt verworven door een ander dan genoemd in onderdeel a, als ten genoege van het produktschap is aangetoond dat het bedrijf in de twee jaren voorafgaande aan de overdracht niet substantieel is verkleind, althans voor zover het de melkveehouderij betreft, en als het bedrijf beoordeeld naar de feitelijke bedrijfsvoering als een zelfstandige eenheid ongewijzigd wordt voortgezet. Ter zake van de toepassing van dit onderdeel kunnen nadere regelen worden gesteld.
3. Onder pleegkind wordt verstaan degene die duurzaam als een eigen kind is verzorgd en opgevoed.
2. Een overgang van een referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheid kan meer bedragen dan 20 000 kg per hectare overgedragen grond, gebruikt voor de melkveehouderij, indien:
a. het gehele bedrijf wordt verworven door degene die een echtgenoot, kind, afstammeling in de tweede graad, echtgenoot van een kind, echtgenoot van een kleinkind, of een pleegkind is van de vervreemder;
b. het gehele bedrijf wordt verworven door een ander dan genoemd in onderdeel a, als ten genoege van het produktschap is aangetoond dat het bedrijf in de twee jaren voorafgaande aan de overdracht niet substantieel is verkleind, althans voor zover het de melkveehouderij betreft, en als het bedrijf beoordeeld naar de feitelijke bedrijfsvoering als een zelfstandige eenheid ongewijzigd wordt voortgezet. Ter zake van de toepassing van dit onderdeel kunnen nadere regelen worden gesteld.
3. Onder pleegkind wordt verstaan degene die duurzaam als een eigen kind is verzorgd en opgevoed.