BWBR0004309
Geldig vanaf 01-04-1989
Artikel 25c
Beschikking superheffing 1988
1. Indien aan een producent een toewijzing van een referentiehoeveelheid, dan wel een in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid heeft plaatsgehad op grond van een verzoek als bedoeld in artikel 4 van de Beschikking superheffing bijzondere opvolgingssituaties (Stcrt. 1985, 109) of artikel 11 van de Beschikking superheffing bedrijfsopvolgingssituaties onderbezetting (Stcrt. 1986, 92) kan hij geen referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheid tijdelijk overdragen.
2. Referentiehoeveelheden die verkregen zijn op grond van specifieke toewijzingen aan deelnemers van de regeling voor het niet in de handel brengen van melk- en zuivelprodukten en voor de omschakeling van het melkveebestand, als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 1078/77 (PbEG L 131), kunnen niet tijdelijk worden overgedragen.
3. Producenten die een overeenkomst hebben gesloten in het kader van het Beëindigingsvergoedingsbesluit (Stcrt. 1972, 221) kunnen geen referentiehoeveelheden dan wel een in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheden tijdelijk overdragen.
2. Referentiehoeveelheden die verkregen zijn op grond van specifieke toewijzingen aan deelnemers van de regeling voor het niet in de handel brengen van melk- en zuivelprodukten en voor de omschakeling van het melkveebestand, als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 1078/77 (PbEG L 131), kunnen niet tijdelijk worden overgedragen.
3. Producenten die een overeenkomst hebben gesloten in het kader van het Beëindigingsvergoedingsbesluit (Stcrt. 1972, 221) kunnen geen referentiehoeveelheden dan wel een in artikel 7 bedoelde heffingvrije hoeveelheden tijdelijk overdragen.
- Citeren als
- Art. 25c
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0004309
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl