BWBR0004309
Geldig vanaf 1988-04-03
Artikel 25c
Beschikking superheffing 1988
1. Indien aan een producent een toewijzing van een referentiehoeveelheid, dan wel een in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheid heeft plaatsgehad op grond van een verzoek als bedoeld in artikel 4 van de Beschikking superheffing bijzondere opvolgingssituaties(Stcrt. 1985, 109) of artikel 11 van de Beschikking superheffing bedrijfsopvolgingssituaties onderbezetting(Stcrt. 1986, 92) kan hij geen referentiehoeveelheid dan wel een in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheid tijdelijk overdragen.
2. Referentiehoeveelheden die verkregen zijn op grond van specifieke toewijzingen aan deelnemers van de regeling voor het niet in de handel brengen van melk- en zuivelprodukten en voor de omschakeling van het melkveebestand, als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 1078/77(PbEG L 131), kunnen niet tijdelijk worden overgedragen.
3. Producenten die een overeenkomst hebben gesloten in het kader van het Beëindigingsvergoedingsbesluit (Stcrt. 1972, 221) kunnen geen referentiehoeveelheden dan wel een in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheden tijdelijk overdragen.
2. Referentiehoeveelheden die verkregen zijn op grond van specifieke toewijzingen aan deelnemers van de regeling voor het niet in de handel brengen van melk- en zuivelprodukten en voor de omschakeling van het melkveebestand, als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 1078/77(PbEG L 131), kunnen niet tijdelijk worden overgedragen.
3. Producenten die een overeenkomst hebben gesloten in het kader van het Beëindigingsvergoedingsbesluit (Stcrt. 1972, 221) kunnen geen referentiehoeveelheden dan wel een in artikel 7bedoelde heffingvrije hoeveelheden tijdelijk overdragen.