BWBR0003804
Geldig vanaf 1985-07-10
Artikel 4
Beschikking superheffing bijzondere opvolgingssituaties
1. Degene, die op grond van deze regeling voor een bijzondere hoeveelheid, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, een aanspraak wenst geldend te maken, dient vóór 1 mei 1986 op een daartoe voorgeschreven formulier een daartoe strekkend verzoek in bij de districtsbureauhouder van de Stichting tot Uitvoering van Landbouwmaatregelen in wiens werkgebied het bedrijf van de verzoeker is gelegen, volgens de daartoe gestelde voorschriften.
2. Een verzoek, als bedoeld in het eerste lid, is met redenen omkleed. Het bevat een, met daartoe strekkende bewijsstukken, onderbouwde verklaring, omtrent de onderscheidene gronden, welke ter staving van het verzoek worden aangevoerd. Het verzoek is niet ontvankelijk, indien de voorschriften, bedoeld in het eerste lid, of het bepaalde in dit lid niet in acht zijn genomen.
2. Een verzoek, als bedoeld in het eerste lid, is met redenen omkleed. Het bevat een, met daartoe strekkende bewijsstukken, onderbouwde verklaring, omtrent de onderscheidene gronden, welke ter staving van het verzoek worden aangevoerd. Het verzoek is niet ontvankelijk, indien de voorschriften, bedoeld in het eerste lid, of het bepaalde in dit lid niet in acht zijn genomen.