BWBR0004095
Geldig vanaf 1987-01-01
Artikel 38
Besluit voorschriften inzake aanspraken bij werkloosheid voor bepaalde groepen ambtenaren in de zin van de Algemene Burgerlijke Pensioenwet
1. De persoon die op de dag, onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van zijn werkloosheid, werknemer in de zin van dit besluit was en die in de periode van 12 maanden, bedoeld in artikel 6, in weken, gelegen vóór de dag, waarop de Werkloosheidswetin werking treedt, arbeid als werknemer in de zin van de Werkloosheidswet( Stb.1967, 421) of de Wet Werkloosheidsvoorziening, dan wel zijn militaire dienstplicht of in plaats daarvan vervangende dienst heeft vervuld, wordt met betrekking tot de weken waarin hij deze arbeid heeft verricht beschouwd als werknemer in de zin van dit besluit.
2. De persoon, die op de dag, onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van zijn werkloosheid, werknemer in de zin van dit besluit was en die in de periode van 12 maanden, bedoeld in artikel 6, in weken vanaf de dag waarop de Werkloosheidswetin werking treedt, arbeid heeft verricht als werknemer in de zin van die wet of in een arbeidsverhouding ter zake waarvan hem door het Rijk invaliditeitspensioen is verzekerd, wordt met betrekking tot de weken waarin hij deze arbeid heeft verricht beschouwd als werknemer in de zin van dit besluit.
3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de persoon die op de dag, onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van zijn werkloosheid, werknemer in de zin van het Koninklijk besluit van 4 december 1979 ( Stb.769) op grond van artikel 6, derde lid, van de Werkloosheidswet( Stb.1967, 421) was en wiens werkloosheid begint op de dag waarop de Werkloosheidswetin werking treedt.
4. Artikel 6, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het eerste, tweede en derde lid.
5. Regels, gesteld op grond van artikel 12, zesde lid, van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid, zijn van overeenkomstige toepassing.
2. De persoon, die op de dag, onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van zijn werkloosheid, werknemer in de zin van dit besluit was en die in de periode van 12 maanden, bedoeld in artikel 6, in weken vanaf de dag waarop de Werkloosheidswetin werking treedt, arbeid heeft verricht als werknemer in de zin van die wet of in een arbeidsverhouding ter zake waarvan hem door het Rijk invaliditeitspensioen is verzekerd, wordt met betrekking tot de weken waarin hij deze arbeid heeft verricht beschouwd als werknemer in de zin van dit besluit.
3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de persoon die op de dag, onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van zijn werkloosheid, werknemer in de zin van het Koninklijk besluit van 4 december 1979 ( Stb.769) op grond van artikel 6, derde lid, van de Werkloosheidswet( Stb.1967, 421) was en wiens werkloosheid begint op de dag waarop de Werkloosheidswetin werking treedt.
4. Artikel 6, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het eerste, tweede en derde lid.
5. Regels, gesteld op grond van artikel 12, zesde lid, van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid, zijn van overeenkomstige toepassing.