BWBR0004046
Geldig vanaf 01-04-2006
Artikel 12
Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid
1. De persoon die op de dag, onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van zijn werkloosheid, werknemer in de zin van de nieuwe Werkloosheidswet was en die in de periode van 12 maanden, bedoeld in artikel 17 van die wet, in weken, gelegen vóór de dag, waarop die wet in werking treedt, arbeid heeft verricht als werknemer in de zin van de Werkloosheidswet of de Wet Werkloosheidsvoorziening, dan wel zijn militaire dienstplicht of in plaats daarvan vervangende dienst heeft vervuld, wordt met betrekking tot de weken waarin hij deze arbeid heeft verricht beschouwd als werknemer in de zin van de nieuwe Werkloosheidswet.
2. De persoon die op de dag, onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van zijn werkloosheid, werknemer in de zin van de nieuwe Werkloosheidswet was en die in de periode van 36 weken, bedoeld in artikel 17 van die wet, in weken vanaf de dag waarop die wet in werking treedt, arbeid heeft verricht in een arbeidsverhouding ter zake waarvan hem door het Rijk invaliditeitspensioen is verzekerd, wordt met betrekking tot de weken waarin hij deze arbeid heeft verricht beschouwd als werknemer in de zin van de nieuwe Werkloosheidswet.
3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de persoon die op de dag onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van zijn werkloosheid werknemer in de zin van de Werkloosheidswet was en wiens werkloosheid begint op de dag waarop de nieuwe Werkloosheidswet in werking treedt.
4. Artikel 17a van de nieuwe Werkloosheidswet is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het eerste, tweede en derde lid.
5. Ten aanzien van de persoon die op de dag, voorafgaande aan die waarop de nieuwe Werkloosheidswet in werking treedt, recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in artikel 51 en die op het tijdstip waarop de arbeidsongeschiktheid intrad werknemer was in de zin van de Werkloosheidswet, zijn het eerste en het vierde lid van overeenkomstige toepassing.
6. Onze Minister is bevoegd met betrekking tot dit artikel nadere en zo nodig afwijkende regels te stellen.
2. De persoon die op de dag, onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van zijn werkloosheid, werknemer in de zin van de nieuwe Werkloosheidswet was en die in de periode van 36 weken, bedoeld in artikel 17 van die wet, in weken vanaf de dag waarop die wet in werking treedt, arbeid heeft verricht in een arbeidsverhouding ter zake waarvan hem door het Rijk invaliditeitspensioen is verzekerd, wordt met betrekking tot de weken waarin hij deze arbeid heeft verricht beschouwd als werknemer in de zin van de nieuwe Werkloosheidswet.
3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de persoon die op de dag onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van zijn werkloosheid werknemer in de zin van de Werkloosheidswet was en wiens werkloosheid begint op de dag waarop de nieuwe Werkloosheidswet in werking treedt.
4. Artikel 17a van de nieuwe Werkloosheidswet is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het eerste, tweede en derde lid.
5. Ten aanzien van de persoon die op de dag, voorafgaande aan die waarop de nieuwe Werkloosheidswet in werking treedt, recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in artikel 51 en die op het tijdstip waarop de arbeidsongeschiktheid intrad werknemer was in de zin van de Werkloosheidswet, zijn het eerste en het vierde lid van overeenkomstige toepassing.
6. Onze Minister is bevoegd met betrekking tot dit artikel nadere en zo nodig afwijkende regels te stellen.
- Citeren als
- Art. 12
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0004046
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl