BWBR0004095
Geldig vanaf 1987-01-01
Artikel 36
Besluit voorschriften inzake aanspraken bij werkloosheid voor bepaalde groepen ambtenaren in de zin van de Algemene Burgerlijke Pensioenwet
1. Het bepaalde bij en krachtens artikel 6, derde lid, van de Werkloosheidswet( Stb.1967, 421), zoals die wet luidde op de dag, voorafgaande aan die waarop de Werkloosheidswetin werking treedt, blijft van toepassing ten aanzien van de persoon die op de dag, voorafgaande aan die waarop de Werkloosheidswetin werking treedt, recht op uitkering als bedoeld in het Koninklijk besluit van 4 december 1979 ( Stb.769) op grond van dat artikel had, zolang hij niet de maximum uitkeringsduur als bedoeld in dat besluit heeft bereikt.
2. Voor de toepassing van artikel 19van het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt als gehuwd aangemerkt de ongehuwde persoon, die op grond van artikel 1, derde, vierde en vijfde lid van de Toeslagenwet( Stb.1986, 562) als gehuwd of echtgenoot wordt aangemerkt.
2. Voor de toepassing van artikel 19van het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt als gehuwd aangemerkt de ongehuwde persoon, die op grond van artikel 1, derde, vierde en vijfde lid van de Toeslagenwet( Stb.1986, 562) als gehuwd of echtgenoot wordt aangemerkt.