BWBR0004095
Geldig vanaf 1987-01-01
Artikel 2
Besluit voorschriften inzake aanspraken bij werkloosheid voor bepaalde groepen ambtenaren in de zin van de Algemene Burgerlijke Pensioenwet
1. In dit besluit wordt verstaan onder laatstelijk genoten bezoldiging: het tot het ambtelijk inkomen in de zin der wet behorend bedrag dat op de dag, voorafgaande aan het ontslag, vast aan de vervulling der betrekking is verbonden, vermeerderd met het bedrag dat, indien het loon per maand wordt betaald, in de twaalf kalendermaanden en, indien het loon per week wordt betaald, in de tweeënvijftig kalenderweken voorafgaande aan het ontslag, gemiddeld per maand, onderscheidenlijk per week, is toegekend aan toelage wegens ploegen- en onregelmatige dienst en aan prestatiebeloning.
2. Indien de bezoldiging geheel of gedeeltelijk uit wisselende inkomsten bestaat, geldt ten aanzien van deze inkomsten als laatstelijk genoten bezoldiging of als deel daarvan de gemiddelde bezoldiging over de twaalf volle kalendermaanden voorafgaande aan het ontslag.
3. Indien in de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in het eerste en tweede lid, anders dan ten gevolge van het verwerven van salarisanciënniteit wijziging zou zijn gekomen, wanneer de werknemer op die bezoldiging in dienst zou zijn gebleven, geldt vanaf de dag van wijziging het aldus gewijzigde bedrag als laatstelijk genoten bezoldiging.
4. Indien de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, meer bedraagt dan het het bedrag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringenmet betrekking tot een loontijdvak van een dag ( Stb.1966, 64), wordt dat meerdere niet in aanmerking genomen.
2. Indien de bezoldiging geheel of gedeeltelijk uit wisselende inkomsten bestaat, geldt ten aanzien van deze inkomsten als laatstelijk genoten bezoldiging of als deel daarvan de gemiddelde bezoldiging over de twaalf volle kalendermaanden voorafgaande aan het ontslag.
3. Indien in de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in het eerste en tweede lid, anders dan ten gevolge van het verwerven van salarisanciënniteit wijziging zou zijn gekomen, wanneer de werknemer op die bezoldiging in dienst zou zijn gebleven, geldt vanaf de dag van wijziging het aldus gewijzigde bedrag als laatstelijk genoten bezoldiging.
4. Indien de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, meer bedraagt dan het het bedrag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringenmet betrekking tot een loontijdvak van een dag ( Stb.1966, 64), wordt dat meerdere niet in aanmerking genomen.