BWBR0004095
Geldig vanaf 1987-01-01
Artikel 5
Besluit voorschriften inzake aanspraken bij werkloosheid voor bepaalde groepen ambtenaren in de zin van de Algemene Burgerlijke Pensioenwet
1. Werkloos is de werknemer die:
a. ten minste vijf of ten minste de helft van zijn arbeidsuren per kalenderweek heeft verloren, alsmede het recht op onverminderde doorbetaling van zijn bezoldiging over die uren; en
b. beschikbaar is om arbeid te aanvaarden.
2. Onder de in het eerste lid bedoelde arbeidsuren per kalenderweek wordt verstaan het aantal uren waarin de werknemer in de 26 kalenderweken onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van zijn verlies van arbeidsuren gemiddeld per week als werknemer arbeid heeft verricht. Bij de bepaling van het aantal arbeidsuren, bedoeld in de eerste volzin, wordt mede in aanmerking genomen het aantal uren waarin werkzaamheden zijn verricht uit hoofde waarvan hij niet als werknemer wordt beschouwd.
3. Regels, gesteld op grond van artikel 16, derde en vierde lid, van de Werkloosheidswet( Stb.1986, 566), zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Voor de toepassing van dit besluit is de eerste dag van werkloosheid de eerste dag waarop een verlies van een of meer uren, alsmede een verlies van het recht op onverminderde doorbetaling van de bezoldiging over die uren intreedt in de kalenderweek waarin zich een situatie voordoet als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, ter zake waarvan de werknemer een aanvraag om uitkering indient.
5. Voor de toepassing van dit besluit is de maandag de eerste dag van de kalenderweek.
a. ten minste vijf of ten minste de helft van zijn arbeidsuren per kalenderweek heeft verloren, alsmede het recht op onverminderde doorbetaling van zijn bezoldiging over die uren; en
b. beschikbaar is om arbeid te aanvaarden.
2. Onder de in het eerste lid bedoelde arbeidsuren per kalenderweek wordt verstaan het aantal uren waarin de werknemer in de 26 kalenderweken onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van zijn verlies van arbeidsuren gemiddeld per week als werknemer arbeid heeft verricht. Bij de bepaling van het aantal arbeidsuren, bedoeld in de eerste volzin, wordt mede in aanmerking genomen het aantal uren waarin werkzaamheden zijn verricht uit hoofde waarvan hij niet als werknemer wordt beschouwd.
3. Regels, gesteld op grond van artikel 16, derde en vierde lid, van de Werkloosheidswet( Stb.1986, 566), zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Voor de toepassing van dit besluit is de eerste dag van werkloosheid de eerste dag waarop een verlies van een of meer uren, alsmede een verlies van het recht op onverminderde doorbetaling van de bezoldiging over die uren intreedt in de kalenderweek waarin zich een situatie voordoet als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, ter zake waarvan de werknemer een aanvraag om uitkering indient.
5. Voor de toepassing van dit besluit is de maandag de eerste dag van de kalenderweek.