BWBR0004095
Geldig vanaf 01-01-1987
Artikel 39
Besluit voorschriften inzake aanspraken bij werkloosheid voor bepaalde groepen ambtenaren in de zin van de Algemene Burgerlijke Pensioenwet
1. De persoon die op de dag, onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van zijn werkloosheid, werknemer in de zin van dit besluit was, wordt voor de toepassing van de artikelen 21 en 24 als werknemer in de zin van dit besluit beschouwd gedurende de periode waarin hij:
a. voor de dag, waarop de Werkloosheidswet in werking treedt, als werknemer in de zin van de Werkloosheidswet (Stb. 1967, 421) of de Wet Werkloosheidsvoorziening in dienstbetrekking heeft gestaan dan wel zijn militaire dienstplicht of in plaats daarvan vervangende dienst heeft vervuld;
b. vanaf de dag, waarop de Werkloosheidswet in werking treedt, werknemer was in de zin van die wet of een arbeidsverhouding had terzake waarvan hem door het Rijk invaliditeitspensioen was verzekerd.
2. Ten aanzien van de persoon, bedoeld in artikel 38, derde lid, is het eerste lid, onderdeel a, van overeenkomstige toepassing.
3. Met betrekking tot de periode voor de dag, waarop de Werkloosheidswet in werking treedt, is artikel 37, vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.
4. Met betrekking tot de periode vanaf de dag, waarop de Werkloosheidswet in werking treedt, is artikel 37, vijfde lid, onderdeel b en e, van overeenkomstige toepassing.
5. Regels, gesteld op grond van artikel 21, vijfde lid, van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid, zijn van overeenkomstige toepassing.
a. voor de dag, waarop de Werkloosheidswet in werking treedt, als werknemer in de zin van de Werkloosheidswet (Stb. 1967, 421) of de Wet Werkloosheidsvoorziening in dienstbetrekking heeft gestaan dan wel zijn militaire dienstplicht of in plaats daarvan vervangende dienst heeft vervuld;
b. vanaf de dag, waarop de Werkloosheidswet in werking treedt, werknemer was in de zin van die wet of een arbeidsverhouding had terzake waarvan hem door het Rijk invaliditeitspensioen was verzekerd.
2. Ten aanzien van de persoon, bedoeld in artikel 38, derde lid, is het eerste lid, onderdeel a, van overeenkomstige toepassing.
3. Met betrekking tot de periode voor de dag, waarop de Werkloosheidswet in werking treedt, is artikel 37, vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.
4. Met betrekking tot de periode vanaf de dag, waarop de Werkloosheidswet in werking treedt, is artikel 37, vijfde lid, onderdeel b en e, van overeenkomstige toepassing.
5. Regels, gesteld op grond van artikel 21, vijfde lid, van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid, zijn van overeenkomstige toepassing.
- Citeren als
- Art. 39
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0004095
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl