BWBR0004095
Geldig vanaf 1987-01-01
Artikel 28
Besluit voorschriften inzake aanspraken bij werkloosheid voor bepaalde groepen ambtenaren in de zin van de Algemene Burgerlijke Pensioenwet
1. Indien de uitkering op grond van artikel 21berekend was naar een bezoldiging lager dan het minimumloon, bedraagt de uitkering per dag 70% van die bezoldiging.
2. Artikel 23, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat, behoudens het bepaalde in het vierde lid, in plaats van de bezoldiging het minimumloon in aanmerking komt.
3. Voor de werknemer, die naast de uitkering op grond van dit besluit een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigenof de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicaptenontvangt, dan wel een uitkering ontvangt die naar aard en strekking daarmee overeenkomt op grond van enige andere publiekrechtelijke regeling inzake arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedraagt de uitkering per dag 70% van een percentage van het minimumloon. Het percentage, bedoeld in de eerste volzin, is gelijk aan het verschil tussen 100 en het midden van de arbeidsongeschiktheidsklasse, waarin de werknemer is ingedeeld.
4. Indien de uitkering op grond van artikel 21was berekend naar een bezoldiging lager dan het minimumloon, wordt voor de toepassing van het tweede en derde lid in plaats van het minimumloon die bezoldiging in aanmerking genomen.
2. Artikel 23, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat, behoudens het bepaalde in het vierde lid, in plaats van de bezoldiging het minimumloon in aanmerking komt.
3. Voor de werknemer, die naast de uitkering op grond van dit besluit een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigenof de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicaptenontvangt, dan wel een uitkering ontvangt die naar aard en strekking daarmee overeenkomt op grond van enige andere publiekrechtelijke regeling inzake arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedraagt de uitkering per dag 70% van een percentage van het minimumloon. Het percentage, bedoeld in de eerste volzin, is gelijk aan het verschil tussen 100 en het midden van de arbeidsongeschiktheidsklasse, waarin de werknemer is ingedeeld.
4. Indien de uitkering op grond van artikel 21was berekend naar een bezoldiging lager dan het minimumloon, wordt voor de toepassing van het tweede en derde lid in plaats van het minimumloon die bezoldiging in aanmerking genomen.