BWBR0004095
Geldig vanaf 1987-01-01
Artikel 14
Besluit voorschriften inzake aanspraken bij werkloosheid voor bepaalde groepen ambtenaren in de zin van de Algemene Burgerlijke Pensioenwet
1. De werknemer is verplicht:
a. uiterlijk de eerste werkdag volgend op de eerste dag van werkloosheid bij het bestuursorgaan aangifte te doen van zijn werkloosheid;
b. binnen één week na het intreden van zijn werkloosheid bij het bestuursorgaan een aanvraag om een uitkering in te dienen;
c. de voorschriften op te volgen die het bestuursorgaan ten behoeve van een doelmatige controle stelt;
d. zich als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te doen inschrijven en die inschrijving tijdig te doen verlengen;
e. gevolg te geven aan een verzoek van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om inlichtingen van belang voor de uitvoering van dit besluit te verstrekken;
f. deel te nemen aan een voor hem gewenste opleiding of scholing en voldoende mee te werken aan het bereiken van een gunstig resultaat;
g. mee te werken aan een voor hem gewenst onderzoek naar zijn arbeidsgeschiktheid door een arts, een psycholoog of een beroepskeuze-adviseur;
h. de hem op grond van paragraaf 9 van dit hoofdstuk opgelegde verplichtingen na te komen; en
i. de voorschriften op te volgen die het bestuursorgaan stelt in verband met het genieten van vakantie tijdens de duur van de uitkering.
2. Regels, gesteld op grond van artikel 26, tweede lid, van de Werkloosheidswet, zijn van overeenkomstige toepassing.
a. uiterlijk de eerste werkdag volgend op de eerste dag van werkloosheid bij het bestuursorgaan aangifte te doen van zijn werkloosheid;
b. binnen één week na het intreden van zijn werkloosheid bij het bestuursorgaan een aanvraag om een uitkering in te dienen;
c. de voorschriften op te volgen die het bestuursorgaan ten behoeve van een doelmatige controle stelt;
d. zich als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te doen inschrijven en die inschrijving tijdig te doen verlengen;
e. gevolg te geven aan een verzoek van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om inlichtingen van belang voor de uitvoering van dit besluit te verstrekken;
f. deel te nemen aan een voor hem gewenste opleiding of scholing en voldoende mee te werken aan het bereiken van een gunstig resultaat;
g. mee te werken aan een voor hem gewenst onderzoek naar zijn arbeidsgeschiktheid door een arts, een psycholoog of een beroepskeuze-adviseur;
h. de hem op grond van paragraaf 9 van dit hoofdstuk opgelegde verplichtingen na te komen; en
i. de voorschriften op te volgen die het bestuursorgaan stelt in verband met het genieten van vakantie tijdens de duur van de uitkering.
2. Regels, gesteld op grond van artikel 26, tweede lid, van de Werkloosheidswet, zijn van overeenkomstige toepassing.