BWBR0025587
Geldig vanaf 2011-02-01
Artikel 44
Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij
1. Een ondernemer die een contingent voor een vissoort heeft toegekend gekregen voor 2009 op grond van artikel 10, eerste lid, van de Regeling contingentering zeevis, wordt voor 2009 geacht een recht op dat contingent te hebben als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van deze regeling.
2. Een toekenning voor het kalenderjaar van een groepscontingent op grond van artikel 16, eerste lid, van de Regeling contingentering zeevis, geldt als een toekenning van een groepscontingent als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van deze regeling.
3. Een besluit tot aanhouding van een contingent, op grond van artikel 14 de Regeling contingentering zeevis, geldt als een besluit tot aanhouding als bedoeld in artikel 23van deze regeling.
4. Een document, uitgereikt voor een kalenderjaar op grond van artikel 25, eerste lid, van de Regeling contingentering zeevis, wordt voor dat jaar beschouwd als een document als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van deze regeling.
2. Een toekenning voor het kalenderjaar van een groepscontingent op grond van artikel 16, eerste lid, van de Regeling contingentering zeevis, geldt als een toekenning van een groepscontingent als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van deze regeling.
3. Een besluit tot aanhouding van een contingent, op grond van artikel 14 de Regeling contingentering zeevis, geldt als een besluit tot aanhouding als bedoeld in artikel 23van deze regeling.
4. Een document, uitgereikt voor een kalenderjaar op grond van artikel 25, eerste lid, van de Regeling contingentering zeevis, wordt voor dat jaar beschouwd als een document als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van deze regeling.