BWBR0025587
Geldig vanaf 2011-02-01
Artikel 40
Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij
1. Het is verboden in de gebieden, bedoeld in artikel 1 van verordening nr. 1162/2001, heek aan boord te houden van een vissersvaartuig waarop een sleepnet met een maaswijdte van 55 tot 99 mm aan boord wordt gehouden of wordt gebruikt indien de hoeveelheid heek meer dan 20% uitmaakt van de totale hoeveelheid mariene organismen aan boord, tenzij het een vissersvaartuig betreft met een lengte over alles van minder dan 12 meter, dat binnen 24 uur terugkeert naar de laatste haven waaruit het is vertrokken.
2. Het is verboden:
a. een kuil of een tunnel van een sleepnet als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, van verordening nr. 1162/2001 aan boord te houden van een vissersvaartuig of te gebruiken in de gebieden, bedoeld in artikel 1 van die verordening, met uitzondering van ICES-deelgebieden V en VI;
b. bodemsleepnetten als bedoeld in artikel 3, onderdelen b, c en d, van verordening nr. 1162/2001 aan boord te houden van een vissersvaartuig of te gebruiken in de gebieden, bedoeld in artikel 1 van die verordening;
c. boomkorren als bedoeld in artikel 4 van verordening nr. 1162/2001 aan boord te houden van een vissersvaartuig of te gebruiken in de gebieden, bedoeld in artikel 1 van die verordening;
d. sleepnetten met een maaswijdte tussen 55 en 99 mm aan boord te houden van een vissersvaartuig of te gebruiken in de gebieden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen a en b, van verordening nr. 1162/2001;
e. staand vistuig met een maaswijdte van minder dan 120 mm aan boord te houden van een vissersvaartuig of te gebruiken in de gebieden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van verordening nr. 1162/2001;
f. staand vistuig met een maaswijdte van minder dan 100 mm aan boord te houden van een vissersvaartuig of te gebruiken in de gebieden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van verordening nr. 1162/2001;
tenzij dit vistuig is geborgen overeenkomstig artikel 47 van verordening nr. 1224/2009.
3. Het tweede lid, onderdeel d, is niet van toepassing, indien in overeenstemming met artikel 6 van verordening nr. 494/2002 wordt gehandeld.
2. Het is verboden:
a. een kuil of een tunnel van een sleepnet als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, van verordening nr. 1162/2001 aan boord te houden van een vissersvaartuig of te gebruiken in de gebieden, bedoeld in artikel 1 van die verordening, met uitzondering van ICES-deelgebieden V en VI;
b. bodemsleepnetten als bedoeld in artikel 3, onderdelen b, c en d, van verordening nr. 1162/2001 aan boord te houden van een vissersvaartuig of te gebruiken in de gebieden, bedoeld in artikel 1 van die verordening;
c. boomkorren als bedoeld in artikel 4 van verordening nr. 1162/2001 aan boord te houden van een vissersvaartuig of te gebruiken in de gebieden, bedoeld in artikel 1 van die verordening;
d. sleepnetten met een maaswijdte tussen 55 en 99 mm aan boord te houden van een vissersvaartuig of te gebruiken in de gebieden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen a en b, van verordening nr. 1162/2001;
e. staand vistuig met een maaswijdte van minder dan 120 mm aan boord te houden van een vissersvaartuig of te gebruiken in de gebieden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van verordening nr. 1162/2001;
f. staand vistuig met een maaswijdte van minder dan 100 mm aan boord te houden van een vissersvaartuig of te gebruiken in de gebieden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van verordening nr. 1162/2001;
tenzij dit vistuig is geborgen overeenkomstig artikel 47 van verordening nr. 1224/2009.
3. Het tweede lid, onderdeel d, is niet van toepassing, indien in overeenstemming met artikel 6 van verordening nr. 494/2002 wordt gehandeld.