BWBR0020616
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 71
Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht
Een bank met zetel in een andere lidstaat die op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtvoor het ter beschikking verkrijgen van opvorderbare gelden door middel van het verrichten van diensten in Nederland op grond van artikel 115 van de Wet toezicht kredietwezen 1992wordt geacht te beschikken over een ontheffing als bedoeld in artikel 82 van die weten die van de toezichthoudende instantie in de andere lidstaat een voor de uitoefening van het bedrijf van bank benodigde vergunning heeft, wordt geacht te hebben voldaan aan artikel 2:18, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht.