BWBR0020616
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 45
Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht
1. Een vergunning die is verleend op grond van artikel 6, tweede lid, of 10, tweede lid, van de Wet toezicht effectenverkeerberust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 2:99 van laatstgenoemde wet.
2. Beleggingsondernemingen die op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtworden geacht op grond van artikel 60, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995een vergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van die wette hebben, worden vanaf dat tijdstip geacht een vergunning te hebben op grond van artikel 2:99, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht.
3. Ten aanzien van beleggingsondernemingen met zetel in een andere lidstaat die op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichteen vergunning hebben op grond van artikel 6, tweede lid, of 10, tweede lid, van de Wet toezicht effectenverkeerwordt geacht te zijn voldaan aan artikel 2:98, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht.
2. Beleggingsondernemingen die op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtworden geacht op grond van artikel 60, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995een vergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van die wette hebben, worden vanaf dat tijdstip geacht een vergunning te hebben op grond van artikel 2:99, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht.
3. Ten aanzien van beleggingsondernemingen met zetel in een andere lidstaat die op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichteen vergunning hebben op grond van artikel 6, tweede lid, of 10, tweede lid, van de Wet toezicht effectenverkeerwordt geacht te zijn voldaan aan artikel 2:98, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht.