BWBR0020616
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 23
Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht
1. Een vergunning die is verleend op grond van artikel 11 van de Wet financiële dienstverleningvoor het aanbieden van een beleggingsobject of het aanbieden van een financieel product als bedoeld in artikel 1, onderdeel m, onder 8°, van die wet, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 2:58, eerste lid, van laatstgenoemde wet.
2. Een vergunning die is verleend op grond van artikel 11 van de Wet financiële dienstverleningvoor het aanbieden van krediet, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 2:63, eerste lid, van laatstgenoemde wet.
3. Een vergunning die is verleend op grond van artikel 11 van de Wet financiële dienstverleningvoor adviseren, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 2:78, eerste lid, van laatstgenoemde wet.
4. Een vergunning die is verleend op grond van artikel 11 van de Wet financiële dienstverleningvoor bemiddelen, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 2:83, eerste lid, van laatstgenoemde wet.
5. Een vergunning die is verleend op grond van artikel 11 van de Wet financiële dienstverleningvoor herverzekeringsbemiddelen, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 2:89, eerste lid, van laatstgenoemde wet.
6. Een vergunning die is verleend op grond van artikel 11 van de Wet financiële dienstverleningvoor het optreden als gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 2:94, eerste lid, van laatstgenoemde wet.
7. Een vergunning die is verleend op grond van artikel 16, eerste lid, van de Wet financiële dienstverleningberust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 2:105, eerste lid, van laatstgenoemde wet.
2. Een vergunning die is verleend op grond van artikel 11 van de Wet financiële dienstverleningvoor het aanbieden van krediet, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 2:63, eerste lid, van laatstgenoemde wet.
3. Een vergunning die is verleend op grond van artikel 11 van de Wet financiële dienstverleningvoor adviseren, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 2:78, eerste lid, van laatstgenoemde wet.
4. Een vergunning die is verleend op grond van artikel 11 van de Wet financiële dienstverleningvoor bemiddelen, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 2:83, eerste lid, van laatstgenoemde wet.
5. Een vergunning die is verleend op grond van artikel 11 van de Wet financiële dienstverleningvoor herverzekeringsbemiddelen, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 2:89, eerste lid, van laatstgenoemde wet.
6. Een vergunning die is verleend op grond van artikel 11 van de Wet financiële dienstverleningvoor het optreden als gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 2:94, eerste lid, van laatstgenoemde wet.
7. Een vergunning die is verleend op grond van artikel 16, eerste lid, van de Wet financiële dienstverleningberust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 2:105, eerste lid, van laatstgenoemde wet.