BWBR0020616
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 92
Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht
1. Een vergunning die is verleend op grond van artikel 10 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijfen die op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtwordt beschouwd te zijn verkregen op grond van artikel 35of artikel 47 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 2:31, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 2:41, eerste lid, van laatstgenoemde wet.
2. Een levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een andere lidstaat die het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor uitoefent en die op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop grond van artikel 190, tweede lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993wordt geacht te hebben voldaan aan artikel 37 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, wordt geacht de mededelingen, bedoeld in artikel 2:35 van de Wet op het financieel toezichtte hebben ontvangen.
2. Een levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een andere lidstaat die het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor uitoefent en die op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop grond van artikel 190, tweede lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993wordt geacht te hebben voldaan aan artikel 37 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, wordt geacht de mededelingen, bedoeld in artikel 2:35 van de Wet op het financieel toezichtte hebben ontvangen.