BWBR0020616
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 24
Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht
1. Personen als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Wet financiële dienstverleningworden vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtgeacht te beschikken over een vergunning als bedoeld in artikel 2:80, eerste lid, van laatstgenoemde wet, voor het afwikkelen van de in het eerstgenoemde artikelbedoelde overeenkomsten.
2. Voorschriften die op grond van artikel 22, vijfde lid, van de Wet financiële dienstverleningmet betrekking tot de afwikkeling van overeenkomsten zijn gegeven aan de in het eerste lid bedoelde personen berusten vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 1:102, tweede lid, van laatstgenoemde wet.
2. Voorschriften die op grond van artikel 22, vijfde lid, van de Wet financiële dienstverleningmet betrekking tot de afwikkeling van overeenkomsten zijn gegeven aan de in het eerste lid bedoelde personen berusten vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 1:102, tweede lid, van laatstgenoemde wet.