BWBR0020616
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 37
Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht
1. Een ontheffing van vereisten met betrekking tot bepaalde financiële waarborgen als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel b, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, die is verleend op grond van artikel 12, vierde lid, van die wetberust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 3:57, zesde lid, van laatstgenoemde wet.
2. Een ontheffing van vereisten met betrekking tot de bedrijfsvoering als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel c, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, die is verleend op grond van artikel 12, vierde lid, van die wetberust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 4:11, vijfde lid, voorzover ontheffing is verleend van regels met betrekking tot de minimumvoorwaarden waaraan het beleid moet voldoen dat een integere uitoefening van het bedrijf waarborgt, of 4:14, vierde lid, van laatstgenoemde wet, voorzover ontheffing is verleend van regels die een beheerste en integere uitoefening van het bedrijf waarborgen.
3. Een ontheffing van de verplichting, bedoeld in artikel 12, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, die is verleend op grond van artikel 12, vierde lid, van die wetberust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 4:22, tweede lid, 4:46a, tweede lid, 4:47, vijfde lid, 4:48, derde lidof 4:49, vijfde lid, van laatstgenoemde wet, voor zover het de in het desbetreffende artikel geregelde verplichting betreft.
4. Een ontheffing van vereisten met betrekking tot de aan de toezichthouder te verstrekken informatie als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel d, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, die is verleend op grond van artikel 12, vierde lid, van die wetberust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 4:51, vijfde lid, van laatstgenoemde wet.
5. Een ontheffing van vereisten met betrekking tot de aan het publiek te verstrekken informatie als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel d, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, die is verleend op grond van artikel 12, vierde lid, van die wetberust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 4:52, vierde lid, van laatstgenoemde wet.
2. Een ontheffing van vereisten met betrekking tot de bedrijfsvoering als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel c, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, die is verleend op grond van artikel 12, vierde lid, van die wetberust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 4:11, vijfde lid, voorzover ontheffing is verleend van regels met betrekking tot de minimumvoorwaarden waaraan het beleid moet voldoen dat een integere uitoefening van het bedrijf waarborgt, of 4:14, vierde lid, van laatstgenoemde wet, voorzover ontheffing is verleend van regels die een beheerste en integere uitoefening van het bedrijf waarborgen.
3. Een ontheffing van de verplichting, bedoeld in artikel 12, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, die is verleend op grond van artikel 12, vierde lid, van die wetberust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 4:22, tweede lid, 4:46a, tweede lid, 4:47, vijfde lid, 4:48, derde lidof 4:49, vijfde lid, van laatstgenoemde wet, voor zover het de in het desbetreffende artikel geregelde verplichting betreft.
4. Een ontheffing van vereisten met betrekking tot de aan de toezichthouder te verstrekken informatie als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel d, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, die is verleend op grond van artikel 12, vierde lid, van die wetberust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 4:51, vijfde lid, van laatstgenoemde wet.
5. Een ontheffing van vereisten met betrekking tot de aan het publiek te verstrekken informatie als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel d, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, die is verleend op grond van artikel 12, vierde lid, van die wetberust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 4:52, vierde lid, van laatstgenoemde wet.