BWBR0020616
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 82
Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht
1. Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 17, vierde lid, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 3:19, derde lid, van laatstgenoemde wet.
2. Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 23, vierde lid, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 3:47, vierde lid, van laatstgenoemde wet.
3. Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 25, tweede lid, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijfberust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 4:20, zesde lid, van laatstgenoemde wet.
4. Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 32, tweede lid, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 3:70, tweede lid, voorzover de ontheffing is verleend aan een verzekeraar met zetel in Nederland, onderscheidenlijk 3:79 van laatstgenoemde wet, voorzover de ontheffing is verleend aan een levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is, die zijn bedrijf uitoefent vanuit in Nederland gelegen bijkantoren.
5. Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 38, vierde lid, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijfberust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 3:69, derde lid, van laatstgenoemde wet.
6. Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 45, vierde lid, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijfberust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 3:69, derde lid, van laatstgenoemde wet.
2. Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 23, vierde lid, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 3:47, vierde lid, van laatstgenoemde wet.
3. Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 25, tweede lid, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijfberust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 4:20, zesde lid, van laatstgenoemde wet.
4. Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 32, tweede lid, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 3:70, tweede lid, voorzover de ontheffing is verleend aan een verzekeraar met zetel in Nederland, onderscheidenlijk 3:79 van laatstgenoemde wet, voorzover de ontheffing is verleend aan een levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is, die zijn bedrijf uitoefent vanuit in Nederland gelegen bijkantoren.
5. Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 38, vierde lid, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijfberust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 3:69, derde lid, van laatstgenoemde wet.
6. Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 45, vierde lid, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijfberust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 3:69, derde lid, van laatstgenoemde wet.