BWBR0020616
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 60
Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht
1. Op degene op wie een vrijstelling van toepassing is als bedoeld in artikel 3 van de Vrijstellingsregeling Wtk 1992is vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichthet bepaalde in artikel 3:2 van die wetvan toepassing, voorzover diegene effecten als bedoeld in de Wet op het financieel toezichtaanbiedt aan het publiek of doet toelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht.
2. Op degene op wie een vrijstelling van toepassing is als bedoeld in artikel 3 van de Vrijstellingsregeling Wtk 1992en die effecten als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995die geen effecten zijn in de zin van de Wet op het financieel toezicht, aan het publiek aanbiedt of doet toelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in de Wet op het financieel toezichtis vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichthet bepaalde in artikel 3:2 van die wetvan overeenkomstige toepassing voor een periode van ten hoogste een jaar. Indien de in de vorige volzin bedoelde effecten een overeenkomst betreffen met een looptijd die langer is dan een jaar, is het bepaalde in artikel 3:2 van die wetop de in de vorige volzin bedoelde aanbieder van overeenkomstige toepassing tot aan het einde van de looptijd van die overeenkomst.
2. Op degene op wie een vrijstelling van toepassing is als bedoeld in artikel 3 van de Vrijstellingsregeling Wtk 1992en die effecten als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995die geen effecten zijn in de zin van de Wet op het financieel toezicht, aan het publiek aanbiedt of doet toelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in de Wet op het financieel toezichtis vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichthet bepaalde in artikel 3:2 van die wetvan overeenkomstige toepassing voor een periode van ten hoogste een jaar. Indien de in de vorige volzin bedoelde effecten een overeenkomst betreffen met een looptijd die langer is dan een jaar, is het bepaalde in artikel 3:2 van die wetop de in de vorige volzin bedoelde aanbieder van overeenkomstige toepassing tot aan het einde van de looptijd van die overeenkomst.