BWBR0020616
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 44
Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht
1. Een vergunning die is verleend op grond van artikel 7, vierde lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 2:99 van laatstgenoemde wet, voorzover zij strekt tot het verlenen van beleggingsdiensten waarvoor een vergunning is vereist ingevolge de Wet op het financieel toezicht.
2. Een vergunning die is verleend op grond van artikel 7, zesde lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 2:99 van laatstgenoemde wet. De houder van de vergunning wordt geacht te beschikken over een ontheffing als bedoeld in artikel 2:99, vierde lid, van de Wet op het financieel toezichtterzake van de vereisten waaraan de aanvrager niet kon voldoen.
2. Een vergunning die is verleend op grond van artikel 7, zesde lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezichtop artikel 2:99 van laatstgenoemde wet. De houder van de vergunning wordt geacht te beschikken over een ontheffing als bedoeld in artikel 2:99, vierde lid, van de Wet op het financieel toezichtterzake van de vereisten waaraan de aanvrager niet kon voldoen.