BWBR0008743
Geldig vanaf 2006-11-20
Artikel 7.4
Regeling lekdichtheidsvoorschriften koelinstallaties op schepen
7.4.1. Het onder druk beproeven van een koelinstallatie dient te worden uitgevoerd bij een afpersdruk overeenkomstig tabel 2 bij voorschrift 3.5. Deze drukbeproeving mag per deel van de installatie afzonderlijk worden uitgevoerd, mits alle onderdelen en verbindingen worden beproefd.
7.4.2. In afwijking van voorschrift 7.4.1 mag het onder druk beproeven van een koelinstallatie, waarvan het lagedrukgedeelte niet gescheiden kan worden van het hogedrukgedeelte, worden uitgevoerd bij een beproevingsdruk die gelijk is aan de maximaal toelaatbare werkdruk voor het lagedrukgedeelte, mits de onderdelen van het hogedrukgedeelte vooraf beproefd zijn bij een afpersdruk overeenkomstig tabel 2 bij voorschrift 3.5.
7.4.3. In afwijking van voorschrift 7.4.1 mag bij een koelinstallatie die bestaat uit meerdere voorgevulde delen die zijn verbonden door koppelingen, worden volstaan met het onder druk beproeven van deze afzonderlijke delen. Indien snelkoppelingen worden toegepast behoeven deze niet apart onder druk te worden beproefd.
7.4.4. Indien tijdens een drukbeproeving een lekkage of vervorming is opgetreden, wordt de lekkage gerepareerd en wordt de drukbeproeving opnieuw uitgevoerd.
7.4.5. Het voor de eerste maal onder druk beproeven van een koelinstallatie of een onderdeel hiervan, alsmede het onder druk beproeven van een onderdeel van, of een verbinding in een koelinstallatie na de reparatie van een lek in dat onderdeel of die verbinding, mag niet worden uitgevoerd met een koudemiddel.
7.4.6. Verbindingen dienen tijdens een drukbeproeving toegankelijk te zijn voor controle.
7.4.7. Tijdens de drukbeproeving dient de installatie of het betreffende onderdeel van de installatie gedurende een zodanige tijd onder de afpersdruk te worden gehouden, dat de lekdichtheid van de installatie of het onderdeel gecontroleerd kan worden.
7.4.8. Van de uitgevoerde drukbeproeving dient een schriftelijk bewijs aan de beheerder van de koelinstallatie te worden afgegeven. In dit bewijs is aangegeven welke beproevingsdrukken zijn gehanteerd en op welke wijze tijdens de drukbeproeving de lekdichtheid is gecontroleerd.
7.4.2. In afwijking van voorschrift 7.4.1 mag het onder druk beproeven van een koelinstallatie, waarvan het lagedrukgedeelte niet gescheiden kan worden van het hogedrukgedeelte, worden uitgevoerd bij een beproevingsdruk die gelijk is aan de maximaal toelaatbare werkdruk voor het lagedrukgedeelte, mits de onderdelen van het hogedrukgedeelte vooraf beproefd zijn bij een afpersdruk overeenkomstig tabel 2 bij voorschrift 3.5.
7.4.3. In afwijking van voorschrift 7.4.1 mag bij een koelinstallatie die bestaat uit meerdere voorgevulde delen die zijn verbonden door koppelingen, worden volstaan met het onder druk beproeven van deze afzonderlijke delen. Indien snelkoppelingen worden toegepast behoeven deze niet apart onder druk te worden beproefd.
7.4.4. Indien tijdens een drukbeproeving een lekkage of vervorming is opgetreden, wordt de lekkage gerepareerd en wordt de drukbeproeving opnieuw uitgevoerd.
7.4.5. Het voor de eerste maal onder druk beproeven van een koelinstallatie of een onderdeel hiervan, alsmede het onder druk beproeven van een onderdeel van, of een verbinding in een koelinstallatie na de reparatie van een lek in dat onderdeel of die verbinding, mag niet worden uitgevoerd met een koudemiddel.
7.4.6. Verbindingen dienen tijdens een drukbeproeving toegankelijk te zijn voor controle.
7.4.7. Tijdens de drukbeproeving dient de installatie of het betreffende onderdeel van de installatie gedurende een zodanige tijd onder de afpersdruk te worden gehouden, dat de lekdichtheid van de installatie of het onderdeel gecontroleerd kan worden.
7.4.8. Van de uitgevoerde drukbeproeving dient een schriftelijk bewijs aan de beheerder van de koelinstallatie te worden afgegeven. In dit bewijs is aangegeven welke beproevingsdrukken zijn gehanteerd en op welke wijze tijdens de drukbeproeving de lekdichtheid is gecontroleerd.