BWBR0008743
Geldig vanaf 2006-11-20
Artikel 6.5
Regeling lekdichtheidsvoorschriften koelinstallaties op schepen
6.5.1. Indien een koelinstallatie is geïnstalleerd of voor het eerst voor gebruik ter beschikking is gesteld na de datum van inwerkingtreding van de regeling waar deze bijlage bij behoort, dient op de installatie een kenplaat te zijn bevestigd waarop is vermeld:
a. de naam van de leverancier of installateur;
b. het type koelinstallatie;
c. een identificatienummer;
d. de feitelijke hoeveelheid koudemiddel, die in de koelinstallatie aanwezig is voor de normale werking van de installatie;
e. de datum waarop de installatiecontrole, bedoeld in paragraaf 7, is uitgevoerd, dan wel voor mobiele koelinstallaties waarvan de koudemiddelinhoud kleiner is dan drie kilogram, de datum waarop deze koelinstallatie voor het eerst voor gebruik ter beschikking is gesteld;
f. het in de koelinstallatie aanwezige type koudemiddel.
6.5.2. In afwijking van voorschrift 6.5.1 mogen bij een mobiele koelinstallatie met een koudemiddelinhoud die kleiner is dan drie kilogram, die in een voertuig is ingebouwd, de in dat voorschrift genoemde gegevens worden vermeld in een bij de koelinstallatie te leveren certificaat waarop het identificatienummer van de koelinstallatie is vervangen door het chassisnummer van het voertuig waarin de koelinstallatie is geplaatst.
6.5.3. Indien een koelinstallatie of de daarvoor in aanmerking komende onderdelen ingevolge voorschrift 5.1 in een machinekamer is respectievelijk zijn geplaatst, dan is op de deur van deze machinekamer een kenplaat aangebracht waarop duidelijk leesbaar het type koudemiddel en de totale hoeveelheid koudemiddelvulling van de koelinstallatie zijn aangegeven.
6.5.4. Indien in een machinekamer meerdere koelinstallaties zijn geïnstalleerd, dient op de deur van de machinekamer voor elke koelinstallatie het type koudemiddel en de totale hoeveelheid koudemiddelvulling van de koelinstallatie te worden vermeld.
6.5.5. De beheerder dient bij een koelinstallatie op een goed toegankelijke plaats een instructiekaart beschikbaar te hebben. Deze instructiekaart dient ten minste te vermelden:
a. de naam, het adres en het telefoonnummer van de installateur en van de onderhoudsdienst;
b. het type koudemiddel;
c. de feitelijke hoeveelheid koudemiddel die in de koelinstallatie aanwezig is voor de normale werking van de installatie;
d. instructies over de wijze waarop een koelinstallatie in of buiten bedrijf kan worden gesteld;
e. instructies over de wijze waarop de koelinstallatie in geval van nood buiten bedrijf kan worden gesteld.
6.5.6. In afwijking van voorschrift 6.5.5 mogen bij een mobiele koelinstallatie met een koudemiddelinhoud die kleiner is dan drie kilogram, die in een voertuig is ingebouwd, de in dat voorschrift genoemde gegevens verwerkt zijn in een bij de installatie behorend instructieboekje of bedieningsvoorschrift, dat zich samen met het in voorschrift 6.5.2 genoemde certificaat bevindt op een goed toegankelijke plaats in het voertuig.
6.5.7. In afwijking van voorschrift 6.5.5 mag voorts volstaan worden met een gemeenschappelijke instructiekaart indien er meerdere koelinstallaties met hetzelfde type koudemiddel aanwezig zijn, mits de totale hoeveelheid koudemiddelvulling voor de verschillende koelinstallaties afzonderlijk is vermeld.
6.5.8. Indien een koelinstallatie een totale hoeveelheid koudemiddelvulling heeft die groter is dan of gelijk is aan dertig kilogram, dient een stroomschema bij de koelinstallatie aanwezig te zijn waarop de afsluiters zijn aangegeven die noodzakelijk zijn voor de werking en het onderhoud van de installatie.
6.5.9. Voorschrift 6.5.8 is van overeenkomstige toepassing op koelinstallaties met twee of meer verdampers.
a. de naam van de leverancier of installateur;
b. het type koelinstallatie;
c. een identificatienummer;
d. de feitelijke hoeveelheid koudemiddel, die in de koelinstallatie aanwezig is voor de normale werking van de installatie;
e. de datum waarop de installatiecontrole, bedoeld in paragraaf 7, is uitgevoerd, dan wel voor mobiele koelinstallaties waarvan de koudemiddelinhoud kleiner is dan drie kilogram, de datum waarop deze koelinstallatie voor het eerst voor gebruik ter beschikking is gesteld;
f. het in de koelinstallatie aanwezige type koudemiddel.
6.5.2. In afwijking van voorschrift 6.5.1 mogen bij een mobiele koelinstallatie met een koudemiddelinhoud die kleiner is dan drie kilogram, die in een voertuig is ingebouwd, de in dat voorschrift genoemde gegevens worden vermeld in een bij de koelinstallatie te leveren certificaat waarop het identificatienummer van de koelinstallatie is vervangen door het chassisnummer van het voertuig waarin de koelinstallatie is geplaatst.
6.5.3. Indien een koelinstallatie of de daarvoor in aanmerking komende onderdelen ingevolge voorschrift 5.1 in een machinekamer is respectievelijk zijn geplaatst, dan is op de deur van deze machinekamer een kenplaat aangebracht waarop duidelijk leesbaar het type koudemiddel en de totale hoeveelheid koudemiddelvulling van de koelinstallatie zijn aangegeven.
6.5.4. Indien in een machinekamer meerdere koelinstallaties zijn geïnstalleerd, dient op de deur van de machinekamer voor elke koelinstallatie het type koudemiddel en de totale hoeveelheid koudemiddelvulling van de koelinstallatie te worden vermeld.
6.5.5. De beheerder dient bij een koelinstallatie op een goed toegankelijke plaats een instructiekaart beschikbaar te hebben. Deze instructiekaart dient ten minste te vermelden:
a. de naam, het adres en het telefoonnummer van de installateur en van de onderhoudsdienst;
b. het type koudemiddel;
c. de feitelijke hoeveelheid koudemiddel die in de koelinstallatie aanwezig is voor de normale werking van de installatie;
d. instructies over de wijze waarop een koelinstallatie in of buiten bedrijf kan worden gesteld;
e. instructies over de wijze waarop de koelinstallatie in geval van nood buiten bedrijf kan worden gesteld.
6.5.6. In afwijking van voorschrift 6.5.5 mogen bij een mobiele koelinstallatie met een koudemiddelinhoud die kleiner is dan drie kilogram, die in een voertuig is ingebouwd, de in dat voorschrift genoemde gegevens verwerkt zijn in een bij de installatie behorend instructieboekje of bedieningsvoorschrift, dat zich samen met het in voorschrift 6.5.2 genoemde certificaat bevindt op een goed toegankelijke plaats in het voertuig.
6.5.7. In afwijking van voorschrift 6.5.5 mag voorts volstaan worden met een gemeenschappelijke instructiekaart indien er meerdere koelinstallaties met hetzelfde type koudemiddel aanwezig zijn, mits de totale hoeveelheid koudemiddelvulling voor de verschillende koelinstallaties afzonderlijk is vermeld.
6.5.8. Indien een koelinstallatie een totale hoeveelheid koudemiddelvulling heeft die groter is dan of gelijk is aan dertig kilogram, dient een stroomschema bij de koelinstallatie aanwezig te zijn waarop de afsluiters zijn aangegeven die noodzakelijk zijn voor de werking en het onderhoud van de installatie.
6.5.9. Voorschrift 6.5.8 is van overeenkomstige toepassing op koelinstallaties met twee of meer verdampers.