BWBR0008743
Geldig vanaf 2006-11-20
Artikel 2.2.2
Regeling lekdichtheidsvoorschriften koelinstallaties op schepen
2.2.2.1. Een drukvat met een inwendige diameter die groter is dan of gelijk is aan 152 mm, dat een vloeibaar koudemiddel kan bevatten en dat afgesloten kan worden van de overige onderdelen van een koelinstallatie, dient te zijn beveiligd door een ontlastorgaan.
2.2.2.2. Indien een drukvat een inwendig bruto volume van 0,1 m³ of meer heeft, dient het drukvat te zijn voorzien van een veiligheidsklep.
2.2.2.3. Indien een drukvat een inwendig bruto volume van minder dan 0,1 m³ heeft, dient het te zijn voorzien van een ontlastklep die afblaast naar het lagedrukgedeelte van de koelinstallatie.
2.2.2.4. In afwijking van de voorschriften 2.2.2.1 tot en met 2.2.2.3 behoeft geen ontlastorgaan te worden toegepast indien een drukvat niet kan worden afgesloten van de overige onderdelen van de koelinstallatie, anders dan door middel van een of meer afsluiters die in open stand geborgd kunnen worden, waarbij tevens is gewaarborgd dat de koelinstallatie niet in bedrijf kan worden gesteld bij een gesloten stand van een of meer van deze afsluiters.
2.2.2.5. Op een drukvat dat is voorzien van een mantel die warmte toevoert, dient een drukmeter en een thermometer te zijn aangebracht.
2.2.2.6. Een voorziening om een ontlastorgaan met behulp van een omleiding te kunnen verwijderen, dient zodanig te zijn aangebracht, dat bij die handeling geen verlies van koudemiddel kan optreden.
2.2.2.2. Indien een drukvat een inwendig bruto volume van 0,1 m³ of meer heeft, dient het drukvat te zijn voorzien van een veiligheidsklep.
2.2.2.3. Indien een drukvat een inwendig bruto volume van minder dan 0,1 m³ heeft, dient het te zijn voorzien van een ontlastklep die afblaast naar het lagedrukgedeelte van de koelinstallatie.
2.2.2.4. In afwijking van de voorschriften 2.2.2.1 tot en met 2.2.2.3 behoeft geen ontlastorgaan te worden toegepast indien een drukvat niet kan worden afgesloten van de overige onderdelen van de koelinstallatie, anders dan door middel van een of meer afsluiters die in open stand geborgd kunnen worden, waarbij tevens is gewaarborgd dat de koelinstallatie niet in bedrijf kan worden gesteld bij een gesloten stand van een of meer van deze afsluiters.
2.2.2.5. Op een drukvat dat is voorzien van een mantel die warmte toevoert, dient een drukmeter en een thermometer te zijn aangebracht.
2.2.2.6. Een voorziening om een ontlastorgaan met behulp van een omleiding te kunnen verwijderen, dient zodanig te zijn aangebracht, dat bij die handeling geen verlies van koudemiddel kan optreden.