BWBR0008743
Geldig vanaf 2006-11-20
Artikel 4.4.8
Regeling lekdichtheidsvoorschriften koelinstallaties op schepen
4.4.8.1. Indien een afblaasleiding wordt gebruikt voor verschillende ontlastorganen, dient de drukval in de leiding berekend te zijn op basis van de laagste druk waarbij een ontlastorgaan in werking kan treden en de druk die optreedt tijdens het gelijktijdig afblazen van alle aangesloten ontlastorganen.
4.4.8.2. Indien een leiding wordt gebruikt als bedoeld in voorschrift 4.4.8.1 worden de ontlastorganen als een enkele veiligheid beschouwd.
4.4.8.3. De aansluitingen van de afblaasleiding van ontlastorganen dienen zodanig te zijn uitgevoerd dat het mogelijk is om de afdichting van de ontlastorganen afzonderlijk te testen. 4.4.8.4 Ontluchtingsapparatuur dient zodanig te zijn uitgevoerd dat het uitgestoten gas niet meer dan 20% koudemiddel bevat. Automatische ontluchtingsapparatuur dient te zijn voorzien van voorzieningen om de bedrijfstijd te registreren.
4.4.8.2. Indien een leiding wordt gebruikt als bedoeld in voorschrift 4.4.8.1 worden de ontlastorganen als een enkele veiligheid beschouwd.
4.4.8.3. De aansluitingen van de afblaasleiding van ontlastorganen dienen zodanig te zijn uitgevoerd dat het mogelijk is om de afdichting van de ontlastorganen afzonderlijk te testen. 4.4.8.4 Ontluchtingsapparatuur dient zodanig te zijn uitgevoerd dat het uitgestoten gas niet meer dan 20% koudemiddel bevat. Automatische ontluchtingsapparatuur dient te zijn voorzien van voorzieningen om de bedrijfstijd te registreren.