BWBR0008743
Geldig vanaf 2006-11-20
Artikel 4.4.6
Regeling lekdichtheidsvoorschriften koelinstallaties op schepen
4.4.6.1. Een ontlastorgaan dient gemonteerd te zijn op of in de nabijheid van het onderdeel van de koelinstallatie dat erdoor beveiligd wordt. Een ontlastorgaan dient goed toegankelijk te zijn en dient boven het vloeistofniveau te zijn aangebracht.
4.4.6.2. De tweede volzin van voorschrift 4.4.6.1 geldt niet voor een ontlastorgaan dat is geplaatst in een vloeistofleiding.
4.4.6.3. Er mag zich geen afsluiter bevinden tussen een ontlastorgaan en het deel van de koelinstallatie dat erdoor beveiligd wordt, anders dan een wisselafsluiter of een afsluiter die in geopende stand geborgd kan worden. Indien een geborgde afsluiter wordt toegepast, dient te zijn gewaarborgd dat de koelinstallatie niet in bedrijf kan worden gesteld bij een gesloten stand van deze afsluiter.
4.4.6.4. Indien een ontlastorgaan afblaast naar het lagedrukgedeelte van een koelinstallatie dient deze ontlastklep zo min mogelijk beïnvloed te worden door tegendruk.
4.4.6.2. De tweede volzin van voorschrift 4.4.6.1 geldt niet voor een ontlastorgaan dat is geplaatst in een vloeistofleiding.
4.4.6.3. Er mag zich geen afsluiter bevinden tussen een ontlastorgaan en het deel van de koelinstallatie dat erdoor beveiligd wordt, anders dan een wisselafsluiter of een afsluiter die in geopende stand geborgd kan worden. Indien een geborgde afsluiter wordt toegepast, dient te zijn gewaarborgd dat de koelinstallatie niet in bedrijf kan worden gesteld bij een gesloten stand van deze afsluiter.
4.4.6.4. Indien een ontlastorgaan afblaast naar het lagedrukgedeelte van een koelinstallatie dient deze ontlastklep zo min mogelijk beïnvloed te worden door tegendruk.