BWBR0008743
Geldig vanaf 2006-11-20
Artikel 6.2
Regeling lekdichtheidsvoorschriften koelinstallaties op schepen
6.2.1. De beheerder van een koelinstallatie met een totale hoeveelheid koudemiddelvulling die groter is dan of gelijk is aan drie kilogram beschikt over een installatiegebonden logboek dat zich bevindt in de nabijheid van de koelinstallatie; dit voorschrift geldt niet voor de beheerder van een koelinstallatie die is geplaatst in een container die bestemd is voor internationaal transport per zeeschip.
6.2.2. In afwijking van voorschrift 6.2.1 is het toegestaan dat bij een mobiele koelinstallatie het logboek zich op een centrale plaats bij de beheerder van die koelinstallatie bevindt, waar het direct opvraagbaar is, indien zich bij de koelinstallatie een afschrift van een deel van het logboek bevindt, dat is afgegeven door het bedrijf dat de in paragraaf 6.4 bedoelde werkzaamheden aan de koelinstallatie heeft verricht. Op dit afschrift uit het logboek dienen de volgende gegevens te zijn vermeld:
a. de datum waarop het afschrift is afgegeven;
b. de naam, het adres en het telefoonnummer van de beheerder van de koelinstallatie die het volledige logboek onder zijn beheer heeft op een centrale plaats;
c. de feitelijke koudemiddelinhoud en het type koudemiddel dat in de koelinstallatie wordt toegepast;
d. de datum waarop onderhouds- of installatiewerkzaamheden aan de koelinstallatie zijn uitgevoerd en de naam, het adres en het telefoonnummer van het bedrijf dat deze werkzaamheden heeft uitgevoerd;
e. een overzicht van de hoeveelheid koudemiddel waarmee de koelinstallatie is bijgevuld over een periode van vierentwintig maanden, voorafgaand aan de datum waarop voor het laatst onderhouds- of installatiewerkzaamheden aan de koelinstallatie zijn uitgevoerd.
6.2.3. De beheerder van een koelinstallatie, bedoeld in voorschrift 6.2.1 en 6.2.2, dient ervoor zorg te dragen dat in het installatiegebonden logboek, onder vermelding van datum en tijdstip, worden bijgehouden: a.de aard van controle-, onderhouds-, herstel- en installatiewerkzaamheden die aan een koelinstallatie worden verricht;
a. de aard van controle-, onderhouds-, herstel- en installatiewerkzaamheden die aan een koelinstallatie worden verricht;
b. de storingen en alarmeringen met betrekking tot een koelinstallatie;
c. de hoeveelheid en de soort koudemiddel die aan een koelinstallatie wordt toegevoegd;
d. de hoeveelheid en de soort koudemiddel die uit een koelinstallatie wordt afgetapt;
e. de resultaten van uitgevoerde lekdetecties;
f. de persoon die werkzaamheden heeft verricht als genoemd onder a tot en met e en, indien van toepassing, de naam van de onderneming waarbij die persoon in dienst is;
g. een waarmerk dat is afgegeven door de onder f bedoelde persoon met betrekking tot de door hem verrichte handelingen;
h. de hoeveelheid koudemiddel die in de koelinstallatie aanwezig is voor de normale werking van de installatie.
6.2.2. In afwijking van voorschrift 6.2.1 is het toegestaan dat bij een mobiele koelinstallatie het logboek zich op een centrale plaats bij de beheerder van die koelinstallatie bevindt, waar het direct opvraagbaar is, indien zich bij de koelinstallatie een afschrift van een deel van het logboek bevindt, dat is afgegeven door het bedrijf dat de in paragraaf 6.4 bedoelde werkzaamheden aan de koelinstallatie heeft verricht. Op dit afschrift uit het logboek dienen de volgende gegevens te zijn vermeld:
a. de datum waarop het afschrift is afgegeven;
b. de naam, het adres en het telefoonnummer van de beheerder van de koelinstallatie die het volledige logboek onder zijn beheer heeft op een centrale plaats;
c. de feitelijke koudemiddelinhoud en het type koudemiddel dat in de koelinstallatie wordt toegepast;
d. de datum waarop onderhouds- of installatiewerkzaamheden aan de koelinstallatie zijn uitgevoerd en de naam, het adres en het telefoonnummer van het bedrijf dat deze werkzaamheden heeft uitgevoerd;
e. een overzicht van de hoeveelheid koudemiddel waarmee de koelinstallatie is bijgevuld over een periode van vierentwintig maanden, voorafgaand aan de datum waarop voor het laatst onderhouds- of installatiewerkzaamheden aan de koelinstallatie zijn uitgevoerd.
6.2.3. De beheerder van een koelinstallatie, bedoeld in voorschrift 6.2.1 en 6.2.2, dient ervoor zorg te dragen dat in het installatiegebonden logboek, onder vermelding van datum en tijdstip, worden bijgehouden: a.de aard van controle-, onderhouds-, herstel- en installatiewerkzaamheden die aan een koelinstallatie worden verricht;
a. de aard van controle-, onderhouds-, herstel- en installatiewerkzaamheden die aan een koelinstallatie worden verricht;
b. de storingen en alarmeringen met betrekking tot een koelinstallatie;
c. de hoeveelheid en de soort koudemiddel die aan een koelinstallatie wordt toegevoegd;
d. de hoeveelheid en de soort koudemiddel die uit een koelinstallatie wordt afgetapt;
e. de resultaten van uitgevoerde lekdetecties;
f. de persoon die werkzaamheden heeft verricht als genoemd onder a tot en met e en, indien van toepassing, de naam van de onderneming waarbij die persoon in dienst is;
g. een waarmerk dat is afgegeven door de onder f bedoelde persoon met betrekking tot de door hem verrichte handelingen;
h. de hoeveelheid koudemiddel die in de koelinstallatie aanwezig is voor de normale werking van de installatie.