BWBR0007049
Geldig vanaf 2018-10-06
Artikel 8.9
Regeling handel levende dieren en levende producten
1. Indien het vogels betreft, bestemd voor een lid-staat, geldt dat:
a. de vogels afkomstig zijn van een bedrijf waar gedurende de laatste 30 dagen voorafgaande aan de verzending geen aviaire influenza is gediagnosticeerd;
b. de vogels afkomstig zijn van een bedrijf of uit een gebied ten aanzien waarvan geen beperkingen gelden uit hoofde van de maatregelen ter bestrijding van de ziekte van Newcastle;
c. indien het vogels betreft die vanuit een derde land, al dan niet via het grondgebied van een lid-staat, in Nederland zijn gebracht, de vogels overeenkomstig de door de Europese Commissie gestelde regels als bedoeld in artikel 66, tweede lid, van verordening (EU) 2017/625, in tijdelijke afzondering zijn geplaatst op het bedrijf waar zij na toelating in de gebieden waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie van toepassing is, zijn binnengebracht.
2. Onverminderd het eerste lid, geldt indien het papegaaiachtigen betreft, bovendien dat:
a. de papegaaiachtigen niet afkomstig zijn van een bedrijf of in contact zijn geweest met dieren van een bedrijf waar op het tijdstip van verzending psittacose (Chlamydia psittaci) is gediagnosticeerd;
b. de papegaaiachtigen niet afkomstig zijn van een bedrijf of in contact zijn geweest met dieren van een bedrijf waar in een periode van twee maanden voorafgaand aan het tijdstip van verzending het laatste geval van psittacose (Chlamidia psittaci) is gediagnosticeerd en is behandeld overeenkomstig de voorschriften van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of de Raad van de Europese Unie, bedoeld in artikel 7, onder A, tweede lid, onderdeel a, van richtlijn 92/65/EEG, voor zover die voorschriften zijn vastgesteld;
c. de papegaaiachtigen geïdentificeerd zijn overeenkomstig hetgeen hieromtrent in de beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of de Raad van de Europese Unie, bedoeld in artikel 7, onder A, tweede lid, onderdeel b, van richtlijn 92/65/EEG is bepaald, met dien verstande dat zolang deze beschikking nog niet is vastgesteld, de papegaaiachtigen zodanig geïdentificeerd zijn dat het bedrijf van oorsprong of van tijdelijk verblijf is terug te vinden.
3. Indien het nertsen en vossen betreft geldt, dat voldaan is aan artikel 10, eerste lid, van richtlijn 92/65/EEGen, indien het nertsen betreft, in voorkomend geval, aan de algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 14, tweede lid, en artikel 15, tweede lid, van richtlijn 92/65/EEG.
4. Indien het lagomorfen betreft die zijn bestemd voor een lid-staat, die geen gezondheidscertificaat als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van richtlijn 92/65/EEGeist, geldt, dat wordt voldaan aan artikel 9, eerste lid, van richtlijn 92/65/EEGalsmede, in voorkomend geval, aan de algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 14, tweede lid, en artikel 15, tweede lid, van richtlijn 92/65/EEG.
5. Indien het dieren als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 92/65/EEGbetreft, geldt dat zij afkomstig zijn van een instelling, instituut of centrum dat is erkend overeenkomstig artikel 8.6en dat zij bestemd zijn voor een door de bevoegde autoriteit van het land van bestemming overeenkomstig bijlage C, van richtlijn 92/65/EEGerkende instelling, erkend instituut of erkend centrum.
a. de vogels afkomstig zijn van een bedrijf waar gedurende de laatste 30 dagen voorafgaande aan de verzending geen aviaire influenza is gediagnosticeerd;
b. de vogels afkomstig zijn van een bedrijf of uit een gebied ten aanzien waarvan geen beperkingen gelden uit hoofde van de maatregelen ter bestrijding van de ziekte van Newcastle;
c. indien het vogels betreft die vanuit een derde land, al dan niet via het grondgebied van een lid-staat, in Nederland zijn gebracht, de vogels overeenkomstig de door de Europese Commissie gestelde regels als bedoeld in artikel 66, tweede lid, van verordening (EU) 2017/625, in tijdelijke afzondering zijn geplaatst op het bedrijf waar zij na toelating in de gebieden waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie van toepassing is, zijn binnengebracht.
2. Onverminderd het eerste lid, geldt indien het papegaaiachtigen betreft, bovendien dat:
a. de papegaaiachtigen niet afkomstig zijn van een bedrijf of in contact zijn geweest met dieren van een bedrijf waar op het tijdstip van verzending psittacose (Chlamydia psittaci) is gediagnosticeerd;
b. de papegaaiachtigen niet afkomstig zijn van een bedrijf of in contact zijn geweest met dieren van een bedrijf waar in een periode van twee maanden voorafgaand aan het tijdstip van verzending het laatste geval van psittacose (Chlamidia psittaci) is gediagnosticeerd en is behandeld overeenkomstig de voorschriften van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of de Raad van de Europese Unie, bedoeld in artikel 7, onder A, tweede lid, onderdeel a, van richtlijn 92/65/EEG, voor zover die voorschriften zijn vastgesteld;
c. de papegaaiachtigen geïdentificeerd zijn overeenkomstig hetgeen hieromtrent in de beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of de Raad van de Europese Unie, bedoeld in artikel 7, onder A, tweede lid, onderdeel b, van richtlijn 92/65/EEG is bepaald, met dien verstande dat zolang deze beschikking nog niet is vastgesteld, de papegaaiachtigen zodanig geïdentificeerd zijn dat het bedrijf van oorsprong of van tijdelijk verblijf is terug te vinden.
3. Indien het nertsen en vossen betreft geldt, dat voldaan is aan artikel 10, eerste lid, van richtlijn 92/65/EEGen, indien het nertsen betreft, in voorkomend geval, aan de algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 14, tweede lid, en artikel 15, tweede lid, van richtlijn 92/65/EEG.
4. Indien het lagomorfen betreft die zijn bestemd voor een lid-staat, die geen gezondheidscertificaat als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van richtlijn 92/65/EEGeist, geldt, dat wordt voldaan aan artikel 9, eerste lid, van richtlijn 92/65/EEGalsmede, in voorkomend geval, aan de algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 14, tweede lid, en artikel 15, tweede lid, van richtlijn 92/65/EEG.
5. Indien het dieren als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 92/65/EEGbetreft, geldt dat zij afkomstig zijn van een instelling, instituut of centrum dat is erkend overeenkomstig artikel 8.6en dat zij bestemd zijn voor een door de bevoegde autoriteit van het land van bestemming overeenkomstig bijlage C, van richtlijn 92/65/EEGerkende instelling, erkend instituut of erkend centrum.